Contact

Home

Waarom je bang moet zijn voor printers

De techniek staat voor niets. Denk: maanraketten. Operatierobotten; er is er een die Da Vinci heet, om niet alleen de robot, maar ook de homo universalis te vieren. Amfibiebussen (om niet alleen de bus, maar ook de kikker…), jetpacks, hoovercrafts, iPods, roterende lollystokjes, draagbare sauna’s, drones, cd’s met walvisgeluiden, serieus, hou me tegen, de mens is fantastisch.
Enter de printer.

Graag werp ik de hypothese op dat printers niet zijn uitgevonden door de mens (denk nog even aan die maanraket, ja?) maar door elkaar. Vooruit: het begon met de oerprinter, wél een uitvinding van een iemand met teveel tijd om handen. Dit apparaat moet nog een zwengel gehad hebben en iets met te natte inktkussens en nodeloze gleuven waar papier zomaar in kon verdwijnen om nooit meer teruggevonden te worden. Het was een omslachtig proces om er iets uit te krijgen, het ding werd terzijde geschoven en de uitvinder in kwestie kon er nooit aan terugdenken zonder even van schaamte in elkaar te krimpen, en dat terwijl niemand anders dan deze persoon de printer ooit had mogen aanschouwen. Na de dood van de uitvinder bleef de machine achter in een vochtige kelderhoek, waar ze werd bepoteld door een zeldzame spin, om vervolgens bij de eerstvolgende volle maan tot leven te komen. De zwengel harkte wat schroot bij elkaar, perste enkele knoppen uit, keek de techniek af van een naburig broodrooster en sleepte zichzelf onder akelig gehoest naar een open veld waar juist een werkloze ingenieur met een inktzwarte ziel zijn middagwandelingetje maakte.

“Ha,” riep deze uit, zijn hoornen bril zakte van pure emotie haast van zijn haviksneus. Het enige wat hij hoefde te toen om zijn toekomst verzekerd te zien, was zijn vondst in een goed afsluitbare kamer zetten en af en toe een bescheiden mensenoffer te maken zodat de printer zich kon vermenigvuldigen.
“Braaf,” lispelde de man die in een donkergrijs verleden ook chihuahua’s had gefokt, en wreef zich in de klamme handjes.

En nu zitten wij ermee. Ik weet zeker dat mijn eigen printer een directe afstammeling is van het exemplaar uit het open veld. De printer denkt, voelt, anticipeert, bezit een vilein gevoel voor timing en voedt zich niet met mijn bloed (dat was meer iets voor de vorige generatie), maar met de golven paniek die zich van mij meester maken als hij op een moment suprême alleen maar vierkantjes print. Wanneer ik naar het monster gil, hikt het van pret en deelt het mede een dat kleurencartridge waarvan ik het bestaan niet wist leeg is, waardoor er nu zelfs geen vellen vol losse pixels meer geproduceerd kunnen worden. Dit gebeurt uiteraard altijd op een zondag, als van God de printshops niet open mogen.

Langs deze weg wil ik u waarschuwen. Het is een kwestie van tijd voor printers een andere taal leren dan Wingdings, ninjasterren kunnen vervaardigen uit belangrijke documenten en rivieren kunnen oversteken. We kunnen alleen maar vluchten. De maan lijkt mij een realistische optie, die raketten zijn er toch al.