Contact

Home

Verre gesprekken: modderfokking chlamydia

De jongens waren zo intens met elkaar in gesprek dat ze niet doorhadden dat ze ongeveer bovenop me gingen staan, terwijl er ruimte genoeg was in en rond de tramhalte.
‘Je gaat helemaal duizelig worden, ik zweer, je draait en je hoeft niet eens te roken’, zei de jongen met een pet op.
‘Nee joh!’ riep de ander. Hij had een klein tasje om zijn nek.
‘Ja serieus je gaat eerst helemaal lijp en dan ga je willen slapen.’
De jongen met het tasje ging met een sprongetje op het hek zitten dat de halte scheidde van de andere trambanen die voor Holland Spoor langs lopen. Zijn voet raakte daarbij per ongeluk mijn zij. Hij vroeg of het gratis was, die lijpe shit.
‘Ja man’, zei zijn vriend, luid van tomeloos enthousiasme, ‘jeweet, als je die uitslag hebt geeft de dokter het sowieso.’
Het tasje schreeuwde: ‘ooooh, zeker toch heb ik die uitslag. Chlamydia heb ik.’

Ik stopte met veinzen van het minutenlang lezen van interessante sms’jes en keek op. Niet dat men aan de overkant van de weg niet zou kunnen horen wat de jongens zeiden, maar misschien hadden ze écht niet door dat ze zich – dankzij een subtiele, nauwelijks zichtbare zijwaartse beweging mijnerzijds –toch nog op een armlengte afstand van een onbekende vrouw bevonden. Ze keken terug maar voelden zich niet gehinderd door mijn aanwezigheid, of ik deed erg doof aan.
De jongen met de pet hervatte het gesprek: ‘Ja man, ik ook, ik heb ook chlamydia, daarom toch!’
‘Nasty’, zei de ander, ‘hoe kwam jij erachter?’
‘Jeweet ik ging pissen, helemaal bruin.’

De tram kwam, we stapten in. Ik meende buiten gehoorsafstand te zitten, maar een rijdende tram noopt tot dubbel stemvolume. De jongen met het tasje om zijn nek wist dat ‘ie het had omdat zijn ex, toen het nog niet zijn ex was, vreemdging met een kerel waarvan iederéén wist dat hij het had of wel moest hebben.
‘Ej, maar weet jij van wie jij…?’
De pet legde uit: ‘Die blonde, jeweettoch, die eerst met Michael had en toen met Reggie.’
Het was even stil. De tram maakte een bocht.
‘Neeeeeeee’, hoorde ik. En nog eens: ‘neeeeeeeeee.’
Het was weer stil. Alle passagiers wachtten in spanning op wat komen zou.
‘Ooooooh’, riep de jongen met het tasje om, ‘ik word helemaal gek! Zij is met mijn broer! MIJN BROER HEEFT DEZELFDE MODDERFOKKING CHLAMYDIA ALS JIJ!’
Het gesprek duurde nog even voort, maar nu onverstaanbaar. Na een paar haltes stapten de vrienden uit. Die met het tasje was aan het bellen, naar zijn broer denk ik.
Als over een jaar de kranten koppen dat Den Haag soa-vrij is; het begon in lijn 17.