Contact

Home

Van oude chipkaarten en dingen die voorbij gaan

Ik had eigenlijk een afscheidssaluut verwacht, of een erehaag van wenende/zingende NS-medewerkers, of op z’n minst een lieve mededeling op het schermpje waar ik naar keek. Een hand op mijn schouder. Een wijze oude vrouw naast me, met een fijne weemoedige kraak in haar stem en dampende appeltaart in haar handen, die zou zeggen: “Het einde van een tijdperk is aangebroken: dat van oeverloze vrijheden en avontuur op elke straathoek van iedere provinciestad. Huil maar, kind. Huil maar.” Maar er gebeurde niets. ‘Product verwijderd’ stond er, of zoiets.
Ik werd tegen mijn hielen gereden door een dikke kerel met een boodschappenwagentje vol hondenvoer. Er lag een kind op de supermarktvloer te krijsen. Buiten stak iemand een zevenklapper af. Steeds als de schuifdeuren opengingen, rook ik de viskraam tegenover de winkel. Ik haalde mijn chipkaart uit de gleuf en had opeens verschrikkelijk zin om even naar Maastricht te gaan, of naar Groningen. Maar dat kon dus niet meer, want mijn studentenreisrecht is verlopen omdat ik per ongeluk niet in één keer de juiste opleiding koos. Ik weet het, het gratis landelijk reisrecht is een luxe; maar missen zal ik het.
Het is overigens niet dat ik die hele periode van studeren ook daadwerkelijk van dat reisrecht heb genoten. Eerst wel hoor, toen ik nog een grote groene plastic flap in mijn tas meedroeg. Na ieder jaar was het ding aan alle kanten gekruld en zat er zand in, lekker karakteristiek. Maar toen (ik had al driehonderd pasfoto’s in moeten leveren, ze kozen net die ene waarop ik op een padvindervampier met een lui oog en een ochtendhumeur lijk) kwam de chipkaart en die gaat bij mij dus de hele tijd stuk. Eerst omdat ik hem in mijn achterzak bewaarde, later omdat er ondanks mijn nieuwe bewaarmethode ineens haarscheurtjes in kwamen. Tot slot omdat er zomaar een stuk afviel in de trein, waarna er uiteráárd kaartcontrole plaatsvond en ik een boete kreeg omdat ik geen geldig vervoersbewijs bij me had. Het aanvragen van steeds een nieuwe kaart heeft me niet alleen maanden gratis reisrecht, maar ook een paar jaar van mijn leven gekost (“hoe bedoelt u, uw kaart is stuk, welke kaart, waarom, wie bent u, waartoe zijn wij op aarde, wat is uw lievelingskleur, wacht, ik zet u even in de wacht zodat ik met mijn collegae de Macarena kan dansen”).
Nu wil ik mijn vampierchipkaart registreren op de chipkaartenwebsite om het saldo automatisch aan te laten vullen. Het lukt niet omdat ik dat ook eens een jaar geleden heb geprobeerd, maar toen kreeg de website precies op dat moment een storing. De helpdeskmedewerker zei die keer dat ik het later nog eens moest proberen, maar dat ben ik vergeten. Nu blijkt: was ik toch geregistreerd, maar kan ik lekker mijn gegevens niet opvragen.
“Wat moet ik dán doen?” schreeuwde ik naar het arme helpdeskmeisje dat me te woord moest staan.
“Een nieuwe chipkaart aanvragen, er zit niets anders op. Ik zet u even in de wacht.”
Ik heb opgehangen. Nog even wachten. zoveel afscheid in een maand verdraag ik niet.

Deze column staat ook in Advalvas.