Contact

Home

Tot ik alles weet

Als kind heb je in je hoofd hoe later eruit ziet. Je wordt brandweerman, dokter, vader, moeder, een stuk langer dan je al bent en je loopt snel en met grote stappen. Zelf werd ik kok, en een vrouw met een lange rok aan en een hoedje op. Niet dat iemand in mijn omgeving er ooit zo uitgezien heeft, trouwens – op een of andere manier had een foto die in het huis van een familielid hing zich in mijn toekomstbeeld genesteld; een paar vrouwen, van achter, rokken en hoedjes. Bij het lopen met die grote snelle stappen zouden mijn hakken op de stoeltegels klikken (grijze, vierkante stoeptegels zoals in de nieuwbouwwijk waar ik opgroeide; de hele wereld moest ermee bedekt zijn). Ik zou wijn drinken, sigaretten roken en alles weten.

Naast deze uiterst originele toekomstvisie, had ik er nog één, over de nabijere toekomst. In een broek met wijde pijpen, met bloemen in mijn lange haar en een rond zonnebrilletje op zou ik tegen iets protesteren op de Dam, want dat is wat je doet als je jong bent. Ook van dit beeld geef ik een foto de schuld, want mijn ouders, toch nog jong toen ze mij kregen, zijn nooit met mij op de Dam gaan liggen.

Nu draag ik weliswaar geen lange rokken, ik rook wel sigaretten en drink soms wijn, mijn looppas is vlug en overdag ga ik net als andere grote mensen naar kantoor om ernstig naar een scherm te kijken en dat vind ik prima. Wonderlijk is wel dat ik die protestfase, niet het individuele protest maar het Damslapen, het demonstreren, het bezetten en het schilderen van spandoeken, volledig overgeslagen heb.

Hoewel: een fase mag ik het niet noemen – alsof de mensen die nu ik dit schrijf (ik loop een week achter, misschien staat het land inmiddels in brand of het Maagdenhuis niet meer overeind) aan het strijden zijn voor een academische wereld die minder om de centen en meer om de verdieping draait, er ‘eventjes doorheen moeten’ alvorens ze weer keurig in het gareel gaan staan. En alsof ze allemaal jong zijn. Gelukkig niet, denk ik als ik naar de foto’s kijk, altijd die foto’s, vanuit mijn onbezette huis; het kan nog, je stopt niet met schoppen op je vijfentwintigste.

In de krant las ik een stukje over het ontbreken van de protestgeest bij de huidige generatie jongeren. Het stond er echt: terwijl half Amsterdam onlangs met potloden stond te zwaaien op de Dam, terwijl er online –en offline tegen racisme en vooroordelen gestreden wordt, terwijl een behoorlijke studentenpopulatie een universiteitsgebouw bezette, vond iemand dat er niet genoeg geprotesteerd werd.

Ik voelde me niet aangesproken door het stuk maar had het wel moeten zijn. Ik blijf altijd thuis. Lezen. Voors en tegens, hopen dat ik er iets van ga begrijpen. De urgentie missen en me niet in het grote geheel of het algemeen belang kunnen verplaatsen. Moe zijn. Wijn drinken. Een sigaretje roken. Ik ben nog steeds laf aan het wachten tot ik alles weet.

Deze column komt uit Advalvas