Contact

Home

Teloorgang der jeugd

Schrijver Kristien Hemmerechts is VUsionair (de bedenker van deze term heeft ongetwijfeld een  rondedansje gedaan om zijn eigen inventiviteit, chapeau, bij dezen). Onze VUsionair (‘in plaats van Visionair, snappen jullie, want we zijn op de VU! Begint ook met de V! Hihi!’) vindt dat er te weinig gelezen wordt; daar heeft ze een punt, al ben ik de laatste om te roepen dat iedereen ab-so-luut literatuur als hobby moet nemen. Als het je niet interesseert, doe het vooral niet. Mij zie je ook niet voor de lol pH-waarden noteren. Wat me wel tegen de borst stuit is dat onze VUsionair (ik hou al op, ik zeg niets) beweert dat het afleidende aanbod op internet, tv en sociale media zo groot is dat niets meer indruk maakt. Dat dit aanbod afleidend is mag zo zijn – ook ik ken vele verloren Facebook-uren die ik beter aan het verzamelde werk van Kafka had kunnen wijden. Maar dat niets meer indruk maakt? Dit riekt naar verheerlijking van vroeger, toen er nog maar één tv-zender was. Toen, en nu haal ik even een vorige VUsionair aan (toen heette Renate Dorrestein nog ‘Schrijver op Locatie’), mensen nog met elkaar praatten in meer dan 140 tekens per uiting en dan ook nog naar elkaar luisterden in plaats van witte dopjes in hun oren te stoppen. ‘Omkijken in verwondering’ (Giphart), dat zouden we eens moeten doen!

Wat is dat toch, met die VUsionairen? Waarom krijg ik steeds het idee dat deze fantastische schrijvers zich als doel gesteld zien de studentenpopulatie te heropvoeden? Het zijn niet alleen de VUsionairen op deze wereld, ik hoor, zie en lees het overal:  wij zijn een generatie afgestompte Twitteraars zonder enige diepgang en behept met een onhandig onvermogen tot real life communicatie. Dat is niet waar. We Tweeten, Facebooken en WhatsAppen dat het een lieve lust is, maar schuimen ook onze vrienden, musea, kroegen en kathedralen (van Amsterdam tot aan Maastricht) af. We reizen de wereld rond of schrijven boeken. We ontwerpen apps en ontwikkelen medicijnen. We maken muziek of luisteren ernaar, met of zonder dopjes. We geven uit en zamelen in. Vooruit: soms zitten we onderuitgezakt naar Oh, oh Tirol te kijken. Het belangrijkst: we zijn geen ‘wij’. Dat wekt misschien de suggestie van ongebreideld individualisme, maar je zou het ook kunnen zien als de mogelijkheid van het maken van je eigen keuzes. Zonder daarbij enig aansturen op voorhand weg te honen, hoop toch ik dat Hemmerechts in die ene dag per week dat ze hier is, de mogelijkheid ziet om te ontdekken waar studenten van onder de indruk raken en wie er van hen onder de indruk raakt. Maar vooral: hoeveel  lef en verbeelding er in dat ‘rationele noorden’ heus te vinden is.

Deze column verscheen ook in Advalvas