Contact

Home

Stukje: Skinners Box

Voor De Revisor schrijf ik om de week een stuk over afleidingen. Deze keer over lopen en de duiven van Skinner.

Ik leed aan wandeldrang. Ik wist zeker dat er buiten op straat, buiten mij, iets van hoop moest gloren. Als ik lang genoeg door de stad liep zou ik vanzelf een oplossing tegenkomen. Een orakel dat me precies zou zeggen wat ik moest doen om mijn leven weer op de rit te krijgen, een weldoener die in mij de uitgelezen bewoner van zijn leegstaande zolder zag. Iemand die zou zeggen: elk halfuur klinkt er een bel, en dan hoef je alleen maar op deze knop te drukken, we betalen je twintig euro per uur. Dat die gedachtegang volledig geschift was wist ik terwijl ik op rubberzolen het stratenplan uitsleet ook wel. Maar op een of andere manier kon ik het geloof in dat orakel, de weldoener, enzovoorts, niet uitzetten. Het was als naar een uitermate slecht kostuumdrama kijken. Er verschijnen hengelmicrofoons in beeld, de gravin draagt een digitaal horloge, je hebt ook aan goede kostuumdrama’s een hekel, en toch moet je een traantje wegpinken als bij zoete harptonen de jonkheer sterft. Het is niet echt, je lichaam doet alsof en produceert de bijpassende emotie. Mijn geloof was een soort emotie.

Lees hier verder.