Contact

Home

Staart tussen de benen

Het nieuwsseizoen van Advalvas opende dit jaar met een komkommerpotloodventer. Hij is actief in een studentenwijk, waar, aldus de wijkagent, veel vrouwen rondlopen die ‘frivool gekleed zijn’. Ach ja, Uilenstede, met haar witte stranden onder strakblauwe luchten, windluwe zomermiddagen, met de zachte muziek die overal uit de kleine witte huizen sijpelt en waar alleen maar mooie meisjes wonen die gehuld in piepkleine lapjes naar college huppelen, of naar een stil stukje gras waar ze lekker boekjes kunnen lezen terwijl ze elkaar masseren en tussen al hun lieve teentjes een madeliefje steken. Geef die potloodventer eens ongelijk, behalve dan het feit dat hij misschien zijn piemel beter binnenboord zou kunnen laten en iets onschuldigs met zijn leven zou kunnen doen als cocktails mixen in een kokosnoot.

Dat zijn natuurlijk de replieken waar je, als je een potloodventer tegenkomt, pas later op komt.
Mijn engste exhibitionist (misschien wel de enige écht enge) zag ik toen ik vijftien was. Ik stond met mijn fiets in een lift en tegenover mij begon een man zijn lid te beroeren. Hij liep naar me toe. In het uur dat de lift er voor mijn gevoel over deed om omhoog te komen, naar het stationsplein, was het mijn hartstochtelijke doel hem uit te schelden. Alleen; ik was zo verbaasd en bang dat er geen geluid kwam. Eenmaal buiten kwam mijn stem pas terug toen die lul al lang en breed in de massa op was gegaan. Nu, vijftien jaar later (een leven vol gewenste en ongewenste intimiteiten, al dan niet gelardeerd door penissen), was het anders gegaan. Ervaring heeft geleerd dat een schreeuw vaak helpt, of zelfs hard lachen of een gevatte grap (ik herinner me het verhaal van een fors gebouwde kennis; ze zette een lage stem op, leunde naar haar belager toe en zei: die van mij is groter). Ze rennen weg met de metaforische staart tussen de benen.

Het is makkelijk om achteraf en op veilige afstand lollig te doen over dit soort types, maar het is ook riskant om te ginnegappen over potloodventers. Want: er gaat er wel eens eentje verder. En de andere kant op: er is er ook wel eens eentje danig in de war, met grote behoefte aan hulp. Bovendien, mag je wel grappig doen over iets dat wellicht symbool staat voor de seksualisering van vrouwen in het algemeen?

Beetje jammer alleen, dat je zo’n kerel (met bakkebaarden en in trainingspak, kom op hee) niet kapot kan relativeren als je ‘m tegenkomt. Je kunt ‘m zelfs niet ter plaatse onschadelijk maken door hem een voorliefde voor kleurplaten voor volwassenen toe te kennen, of door te bedenken dat hij waarschijnlijk maar één vriend heeft, via internet, dat die hem filmpjes stuurt van auto-ongelukken en dat de vieze man daar ’s avonds niet van kan slapen. Nee, je moet 112 bellen of al je ballen bij elkaar schrapen en hopen dat de potloodventer niet te fijnbesnaard is voor je hilarische opmerkingen over zijn lid.

Afijn, als u me zoekt: ik ben even buiten. Madeliefjes tussen m’n tenen, hardop ongepaste grappen maken. Het werd wel weer eens tijd.

Deze column komt uit Advalvas.