Contact

Home

Shared Space

Een van de grootste eerstewereldmartelingen, naast niet bij de afstandsbediening kunnen, chips die hun knapperigheid verloren zijn en haperende wifi, is in een stiltecoupé zitten waar mensen niet stil zijn. Natuurlijk: in een regulier treinstel ervaar je lichte ergernis als er achter je vier mensen hun vergadering nog even dunnetjes overdoen (‘die powerpoint van Ria kon écht niet, ze mist dat stukje helikopterview naar de mensen toe’). Zitten er echter in een stiltecoupé twee dagjesmensen met een stom accent hun dagje door te nemen terwijl ze iets uit ritselzakjes nuttigen, ontvlam je in toornige furie, zo erg dat je het risico loopt een sisser te worden; iemand die uit onmacht plots uitbarst in een schelle ‘SSST’, daarbij de overbuurman besproeiend, want zal je net zien dat deze neiging je overvalt terwijl je (vanzelfsprekend zeer geruisloos) een banaan eet.

Dit komt, mensen, doordat er op de ruiten van een stiltecoupé staat dat men stil moet zijn, waardoor elke afwijking van dit officieuze gebod onmiddellijk een asociale overtreding is, vergelijkbaar met in het gangpad van een supermarkt gaan zitten schijten. Zo’n stiltecoupé wekt gewoon veel te hoge verwachtingen over trein en mensheid.

De ontwikkelaars die bedacht hebben dat er achter Amsterdam Centraal een shared space nodig was, moeten deze theorie in hun achterhoofd gehad hebben. Ze zijn allereerst een paar keer gaan kijken naar het spitsinferno veroorzaakt door roedels fietsers die van een pont af racen, scooteraars die fanatiek óver die fietsers heen proberen te rijden en canta’s die overdwars op zebrapaden stil gaan staan om toeristen die het station verlaten uit te schelden. Vervolgens hebben ze gedacht: hier is geen redden aan, zo’n stoplicht maakt het alleen maar erger, weet je wat, we halen gewoon dat hele fietspad ook weg, die fuckers zoeken het maar uit met z’n allen, als er geen regels zijn kunnen ze ook nergens over zeiken. Daarna stapten de projectontwikkelaars in hun Jaguars, overreden soepeltjes een schuin overstekende schoolklas en togen naar hun volgende project, een overdekt winkelcentrum met valkuilen voor een groeigemeente.

De scepsis was groot bij de Amsterdammers. Want zoals iedereen weet zijn het altijd de anderen die regels en rode stoplichten nodig hebben. Die mening ben ik uiteraard ook toegedaan: het feit dat ik toeristen op huurfietsen altijd even een elleboogje geef is dan ook puur opvoedkundig, en dat ik whatsappende fietsers afsnijd dient louter het grotere belang. Zodoende reed ik toen die shared space voltooid was huiverkwaad de pont af. Maar wie schetst mijn verbazing? Er lagen geen lijken op het plaveisel, er brak nergens een vuistgevecht uit en ik zag zelfs een brommer stoppen voor een voetganger. Van pure verbazing kneep ik in mijn remmen en wachtte ik tot een groep Fransen op MacBikes het fietspad bereikt had, alsof het eigenlijk een toom pulletjes was, onderweg naar een kroosrijke sloot. Het was druk, maar harmonieus. Waarom wordt niet dit overal gedaan? Shared coupés, Shared alles!

Alsof met die shared space niet alleen de Dam, maar ook de wereldvrede om de hoek lag, concludeerde ik gelukzalig. Maar dat kan ook aan de zon gelegen hebben.

Deze column komt uit Advalvas

Ondertussen op Tirade blogs over Brussel, Wet Pad, grijze haren, Doeschka Meijsing, fietshelmpjes en de iepenregen.

Ondertussen alhier een berg recensies over Onheilig en een agenda.