Contact

Home

Seks

Een lezing die ik zou geven over mijn roman werd afgezegd door de organisator.
‘Er zit te veel seks in,’ zei ze, ‘ik denk dat ons publiek dat niet erg waardeert.’
De lezing zou voornamelijk gaan over de slaperige Duitse stad waar Onheilig zich deels afspeelt, in het kader van de Boekenweek. Hoewel ik de organisator geen kwaad hart toedroeg, het ging allemaal nogal knullig, moest ik wel heel erg lachen. ‘Dat ik dit nog mee mag maken,’ grapte ik op social media.

Mijn grap ontplofte in mijn eigen gezicht. Drie dagen lang kreeg ik e-mails en telefoontjes. Kranten, radio, boekhandels. Wilde ik langskomen, om over mijn seksboek te praten? Was het een idee als ik de organisator van de lezing verontwaardigd toesprak? Van een lokale omroep waart nog altijd het bericht rond dat ik een pornografische lezing ging geven. Harde (jaha) bewijzen heb ik niet, maar ik vermoed dat het feit dat ik een vrouw in vruchtbare leeftijd ben iets met de ophef te maken had.

‘Ik wil graag langskomen,’ vertelde ik iedereen, ‘maar niet om een boekhandel te bashen.’
Dat was jammer. Daar ging de rel.
‘Bovendien,’ voegde ik naar waarheid toe, ‘heb ik geen erotische roman geschreven. Ik weet dat het een kwestie van interpretatie is, maar ik durf te zeggen dat niemand die het boek las er op die manier over na heeft gedacht. Of nou ja, bijna niemand dus.’

Aan de andere kant van lijn en scherm klonk twijfel en teleurstelling. Om niet al mijn eigen ruiten in te gooien, voegde ik een onvervalst stukje opscheppen, ballen en sterren incluis, aan mijn betoog toe:
‘Dat betekent niet dat er geen interessante dingen te zeggen zijn over die roman. Hij is goed ontvangen, vier sterren in de Volkskrant, vier ballen in NRC…‘

Maar waar was die seks dan, hijgde men. Zelf had ik daar even over moeten peinzen, na dat eerste, fatale telefoontje. Waarschijnlijk ging het om een korte passage, waarin één van de hoofdpersonages, een vrouw van tegen de zestig, niet zonder enige genoegdoening aan haar stervensbegeleider schrijft dat ze graag naar porno kijkt.

‘Je hoort nog van ons,’ hoorde ik, en daarna bleef het stil. Naar ik hoop omdat iedereen mijn roman aan het lezen is, wellicht vruchteloos met de broek op de enkels, maar toch.

Voor die nog niet aan het hele boek toe is gekomen, hieronder het gewraakte hoofdstuk. Ik kom hier, alsook over de rest van de roman, met liefde iets over zeggen. Ik trek m’n spannendste pakje aan.

Jacoba,

Het is bijzonder dat alles nog lijkt te werken, behalve dat ik af en toe verschrikkelijk moe ben, of een beetje kortademig, soms zeurt er iets in mijn bekken. Ik kan nog klaarkomen. Ik schrijf dit op en voel me direct smerig, daarom zeg ik het niet als ik bij je ben. Je zult vreemdere dingen horen, daar niet van, maar ergens dringt het beeld van mijn oude tantes op familiedagen zich aan me op, dames met kant langs hun lellende halzen en lippenstift in de plooien rond hun mond, vlekken van de rode wijn op hun tanden, een adem die ruikt naar douchegordijn en alcohol. Vieze grapjes die pas afschuwelijk worden bij gratie van de gore lach die erachteraan knarst. Jij hebt appelwangen en drie frisse kinderen.

Je vraagt hoe het gaat met schrijven en ik zeg: dat gaat goed. Dan praten we over praktische zaken zoals: wanneer regel je je eigen crematie?
Jij ziet eruit als een christen, maar ik wil je niet naar je God vragen.

De laatste keer dat ik seks heb gehad zal voorgoed de laatste keer zijn en het was net zo ongeïnspireerd als de eerste keer, maar dan in de wetenschap dat het beter kan. Mijn eerste en enige internetdate, een tip van Leendert. Een site voor hoogopgeleiden. Ik loog: kunstgeschiedenis. Gebruikte een foto van mezelf en niet van een jonge blom, zoals Leendert suggereerde, ik was het met een mooie rode jurk aan en haar tot mijn borsten, die verdomde borsten. Die foto maakte mijn zus op een dag vol zon, we aten koude pannenkoeken aan de Amstel, maar dat zette ik er niet bij.

We dronken wijn en bier en aten op Gerards initiatief in een restaurant aan het Museumplein, vlak bij de kunst waar we allebei niet over spraken, leugenaars, we neukten bij mij.
Ik veranderde mijn e-mailadres en mijn telefoonnummer en was als de dood dat hij op een dag onder mijn raam zou staan en ik was beledigd toen dat niet zo was.

De ziekte was er nog niet. Als ik had geweten dat-ie eraan kwam had ik het nog tien keer gedaan, met tien verschillende mannen en minstens één vrouw, al dan niet tegelijkertijd. Waar was ik mee bezig toen ik jong was? Niet met de juiste dingen, dunkt me, ik dacht: het komt nog wel. Die baan. Die twee mannen tegelijk. Die vrouw. Ook toen stond ik al voor een open raam rook langs mijn gezicht te blazen, zoals ze in films doen. ‘Je had ballerina moeten worden,’ zei Alfons; hij vond mijn houding mooi, mijn silhouet tegen de zon, in dat raam. Voor ballerina was het zelfs toen al te laat. Bovendien kan er net een walsje vanaf bij mij, mijn ware talent is klaarblijkelijk dat raam.

Ik kijk in bed naar porno en probeer niet aan mijn botten, longen, borsten, ingewanden te denken. Zo nat als vroeger word ik niet meer, als je dat wilt weten, Jacoba, jij zit nog in je vruchtbare jaren, dan gaat het anders. Het lekt niet meer mijn broekje door, de lakens in, maar het glijdt genoeg. De filmpjes waarin je ziet dat de vrouw nat is zijn het best, daar kun je tegenwoordig gewoon naar zoeken.
Vroeger was het leven overzichtelijker en rustiger – zonder internet, honderd tv-zenders, mobieltjes – maar terug zou ik niet willen.