Contact

Home

Rijnkanaal en Coldplay

Over tien jaar hè
Dan word ik misschien al grijs
Dan heb ik misschien wel kinderen
Met namen die ik nu nooit zou bedenken voor kinderen
Dat het dan normaal is om je kind eh
Rijnkanaal te noemen, of Coldplay of zo
Dan leer ik Rijnkanaal en Coldplay tellen
En als ik dan opsta kraken er dingen in mijn rug die eerder niet kraakten
Nog later krijg ik spataderen
En als vanzelf een permanentje
Er liggen opeens kleedjes op mijn tafels
Rijnkanaal en Coldplay zijn naar mars geëmigreerd maar soms pas ik op de kleinkinderen
Ik hoef niet meer te denken aan tentamens en ook niet aan werk
Als ik naar mijn man kijk hoef ik niks te zeggen, we glimlachen de hele dag naar elkaar
Soms voeren we eendjes of gaan we appeltaart eten in de Bijenkorf
Dan gaan we met de lift
Ik kan uren stilzitten en naar buiten kijken, uit ons raam
Mensen kijken
Van oude mensen denk ik: zo, jij bent oud
Maar als ik dan mijn eigen handen zie lach ik
Ik klink als een lieve tekenfilmheks als ik lach
Mensen staan voor me op in de bus en dat vind ik oké
Ik doe precies wat ik zelf wil omdat ik niet zoveel tijd meer heb
Wij he, wij zien elkaar dan nog gewoon
We drinken zoete oudewijvendrankjes, behalve Hanneke, die zuipt nog steeds pils
We klagen over onze kunstgebitten en maken vieze grapjes
Over de jonge ober die ons bedient, over de jongens die langs het terras lopen
Kinderen vinden ons een beetje eng omdat teveel oud best eng is
De dood zit tussen ons in, die drinkt er stil eentje mee
We zien ’n niet maar we voelen hem in onze vingers, ogen, neuzen
We ruiken hem bij elkaar, hij stijgt op uit onze haren en kleren
Sara zit naast de dood, haar kunnen we haast aanraken zo echt
Zij heeft nog steeds lange bruine haren
Ze drinkt nog steeds prosecco en ze klinkt als een schoolmeisje
Ze begrijpt onze problemen niet en ons verdriet
Dat iedereen steeds doder gaat, of dat al is, dat zij begon maar dan veel eerder
Ze slaat haar gladde benen over elkaar en stuurt een sms met een telefoon
Niemand heeft meer een telefoon, we hebben allemaal een chip
Ze let niet op ons, ze is er gewoon
Wij lachen hard en oud en schaamteloos het leven uit
Omdat we als we thuiskomen met een traplift omhoog moeten
En daarna onze kerels moeten verschonen
Als de jonge ober afrekent kijkt hij alleen naar Sara.

Deze monoloog komt uit de voorstelling Meisjes die ik schreef voor Theatergroep Thomas (regie: Sjoeke-Marije Wallendal)