Contact

Home

Omdat we mensen zijn

Er is een hoop die altijd ergens rond de rafelrandjes van mijn geweten sluimert; de kinderachtige wens dat iemand tegen me zegt dat alles goed komt, en dat dat waar is, zoals mijn oma vroeger gelijk had wanneer ze zei dat een schaafwond op mijn knie vanzelf weer dicht zou groeien.

We keken tv en Twitter en Facebook en liveblogs van alle kranten die we konden vinden want Parijs ontplofte op diverse plaatsen en iemand, iemand zou toch goed nieuws moeten brengen.
Nieuws zo goed dat het de doden uitwist bestaat niet, bestond niet, dat wisten we en toch hoopten we omdat we mensen zijn.

En omdat we mensen zijn waren we bang en stil en omdat iedereen ook maar een mens is waren er ook bij die kwaad werden. Woede om de rampspoed, woede gericht tegen de moordenaars of tegen hele volksstammen, goden. Anderen zeiden dat er altijd dit soort dingen gebeuren, over de hele wereld, de hele dag door en dat iedereen daar ook de hele tijd bang, strijdvaardig en verdrietig van moet zijn, wat waar is, maar onmogelijk – voor mij. Mensen werden kwaad over waar andere mensen kwaad over waren. Ze zeiden dat we niet bang mogen zijn.
Niemand zei dat het goed kwam, écht goed, helemaal, de doden ontdood, de wonden weer dicht.

Er gebeuren dingen die ik niet bevat. Het moorden natuurlijk, maar wat ik bedoel is alles erachter. Wapens die ergens vandaan komen, bommen die ergens gedropt zijn, dorpen en steden die afbranden omdat er gevochten wordt om een grens die ik niet ken, geldstromen die ik niet begrijp, religies die ik geen van allen aanhang. Hoe meer ik lees hoe meer er te lezen is. Het lijkt alsof er ver boven mijn hoofd machtige mannen aan een tafel zo groot als de hemel zitten, ze schuiven met papieren en er rollen koppen die van niemand zijn, maar toch, van iemand. Zo nu en dan laat één van de mannen zijn vuist op tafel neerkomen en volgt er een daverende stilte waarin er geblust moet worden, of gejuicht, net afhankelijk van waar je geboren bent.

Naast die kinderlijke hoop is er een nog kinderlijker ongeloof – waarom geweld? Ook daarop is het antwoord, vrees ik: omdat we mensen zijn. We zijn groepen mensen die in andere groepen mensen de bron van alle kwaad zien, in goddeloosheid of juist in een God, in blote schouders en in bedekte haren en in grenzen die je wel of niet over mag; kennelijk, als iets de bron van alle kwaad is, is geweld gepast om die bron te bestrijden.
Ik zocht naar het geweld in mezelf, omdat ik alles wil begrijpen en ik vond het, in het klein, heel ver weg, in de keer dat ik bereid was iemand tot moes te slaan omdat hij iemand die me lief was aanviel.
Dat hoeft alleen te groeien en daar zou ik al zitten, aan die tafel, slaande met mijn vuisten. ‘Alles komt goed,’ zou ik zeggen, ‘als je me even mijn gang laat gaan.’

Deze column komt uit Advalvas.