Contact

Home

No shame

In de verzengende hitte van een metrostel zweette men zijn werkdag uit. Ik zat aan het gangpad en schuin tegenover mij, aan de andere kant, zat een jonge vrouw als enige te glimlachen. Ze had een zomertruitje aan met, boven de rand van dat afzakkende truitje, een ontblote borst. Het was een prachtige borst; stevig maar niet nep, een lieve zachte tepel, dat alles in de juiste kleurschakering en in een perzikhuidje verpakt. In andere omstandigheden had ik er mijn tanden in willen zetten, maar dat kwam niet eens in mij op. Ik vreesde namelijk dat de vrouw, die niet doorhad wat er aan de hand was, ten prooi zou vallen aan de fotograferende medemens.

De angst op internet terecht te komen; zelf hang ik het no shame-principe aan. Als ik aan het strand zit mijn zwembroek wil verwisselen voor iets drogers ga ik niet moeilijk doen met handdoekjes die afvallen precies als ik op één been sta, waardoor het hele strand zo’n beetje naar bínnen kan kijken. Dan maar een blote reet. Ik weet vrij zeker dat mijn billen niet viral zullen gaan. Net zo min als mijn borsten, waar je, als je je er op voyeursafstand van bevindt, verdomd goed voor in moet zoomen.

Maar ja, bedacht ik mij terwijl ik subtiel de aandacht van de vrouw probeerde te trekken; dat is natuurlijk op het strand. Daar word je om de oren geslagen met bloot, er zijn zelfs naaktstranden, en ik herinnerde mij de enige keer dat ik in mijn blootje een duik nam aan zo’n strand. Het was onverwacht waanzinnig heet en ik maakte eigenlijk alleen een wandeling. Toen ik over het naaktstrand liep werd de verleiding te groot: ik kleedde me dicht bij de branding uit en zwom. Weer aan land stond er een naakte man bij mijn hoopje kleren. Hij zette zijn handen in z’n zij, duwde zijn penisje iets vooruit en begon over het weer, waarop ik sneller dan het licht mijn broek weer aanhad. Vervelend, maar die man had in ieder geval – tenzij hij hem in geheime openingen had verstopt – geen telefoon bij zich. No shame: schamen doe ik me voor een verkeerd geplaatste opmerking. Aan mijn lijf kan ik werkelijk niet zoveel doen. Maar misschien heb ik (figuur wandelende tak en genoeg lichaamsbeharing om de delicate delen aan het oog te onttrekken) makkelijk praten.

Inmiddels had ik de aandacht van die arme vrouw. Ze keek naar beneden, maakte van haar mond een ‘o’ en deed haar trui goed, lachte, verschoot niet eens van kleur – iets wat ik in zo’n situatie toch wél zou doen. Nogmaals: het verschil tussen strand en metrostel.

Aan de vrouw en borst dacht ik niet meer, tot ik haar dagen later weer zag in een airco-metro vol forensen met kippenvel. Zij zat er precies zo bij als de vorige keer. Een brede glimlach en expres een blote tiet. Waar ik bij een nakende piemel alarm had geslagen, draaide ik nu huichelachtig de andere kant op en keek ik naar buiten, de voorbijschietende stad over. Ik hoopte haast voor haar dat ik de enige was.

Deze column komt uit (het blootnummer van) Advalvas. Aldaar ook een kort verhaal van mij.