Contact

Home

No Future, wel Flippo’s

Onlangs (dat is als deze column verschijnt minstens een week geleden) las ik in de krant dat het aantal werkzoekende, hoogopgeleide jongeren in een jaar tijd verdubbeld is. Natuurlijk zijn niet alleen hoogopgeleiden werkloos, ook in andere groepen stijgen de aantallen. Het is crisis, alweer, of nog steeds. Omdat ik werkloosheidcijfers en crisisterminologie moeilijk te bevatten vind zocht ik vergelijkingsmateriaal. Ik dacht aan de jaren ’80, toen het Helemaal Erg was. Niet dat ik mij dat kan herinneren (ik herinner me een klein staartje van het decennium, vooral veel getoupeerd haar en Eternal Flame van the Bangles) maar ik ken de foto’s. Strijdlustige of juist welhaast apathische jongeren met punkhaar, leren jassen, sympathie voor The Sex Pistols, angst voor De Bom en woede naar het Koningshuis. No Future. Zo erg is het nu nog niet. Er zijn nu weliswaar méér mensen werkloos dan in bijvoorbeeld 1983, wat het absolute jarentachtigrampjaar schijnt te zijn, maar er zijn ook veel meer mensen. In 1983 was de werkloosheid 10,7 procent, volgens het CBS. Nu is dat 7,5 procent – onder jongeren ligt het percentage het hoogst; 15%.
Maar toch; dat zijn wel erg veel mensen zonder werk. En dan heb je ook nog de mensen zonder huis, ik ken er veel. Frisse dames en heren van mijn leeftijd die op een verjaardag niet alleen hun moeder moeten bellen dat ze niet thuis komen eten, maar die ook aan iedere feestganger hun visitekaartje geven omdat ze werk zoeken. Op de vraag wát voor werk dan, luidt het antwoord: ‘Mijn God, dat maakt al niets meer uit, als het maar verdient en ik het grootste deel van mijn tijd mijn kleren aan mag houden!’. Tel daarbij op dat ieder zichzelf respecterend land wel ergens een plukje kernwapens heeft liggen en dat er warempel een troonwisseling op komst is. Dan nog het donkerbruine vermoeden dat studenten die niet uit een trots geslacht van miljonairs gesproten zijn zich vanaf heden in de schulden moeten gaan steken (waarbij ze alleen nog kunnen trouwen als hun partner óók schulden aandurft, want de schuld is bij wet besmettelijk gemaakt) én dat het rookverbod in kleine kroegen weer ingevoerd wordt. Serieus mensen, dra-ma.
Dus ik mijn leren jas uit het vet halen, mijn ogen zwart omranden, spandoek in de lucht, een rookbom in m’n linnen tas en de stad in. Hier moest ik toch iemand de schuld van kunnen geven. Overheid, Koningin, whatever! Met mijn vrienden dronk ik bier tot we de bommen al aan hoorden suizen, om te gaan schuilen in een donkere bar. Er was een feestje aan de gang. Nineties. Hordes belegen Spice Girls en kalende Backstreet Boys hosten of er niets aan de hand was op de klanken van Boyzone de nacht door. ‘We gaan er allemaal aan!’ riep ik de massa in, maar iemand drukte een limoenbreezer in mijn handen en wilde met me schuifelen. In een hoekje zag ik iemand flippo’s tellen. Ik zuchtte. Ogen dicht, doordansen en hopen dat het onze tijd zal duren.

Deze column staat ook in Advalvas