Contact

Home

Madame de Pompadour

We wonen nu een paar weken in ons nieuwe huis. Het woord ‘huis’ werkt verwarrend in gesprekken, merk ik, want het is niet één huis, het is een woning tussen andere woningen, er wonen mensen en beesten boven ons, aan beide kanten naast ons en onder ons (en daar horen we lekker helemaal niks van, alleen de kat van de buren komt hier af en toe aan een tafelpoot likken). Maar ‘appartement’ klinkt weer zo penthouserig, alsof we niet alleen een afwasmachine maar ook een bubbelbad, een kookeiland, een werkster, een naaktkat die Madame de Pompadour heet, satijnen ochtendjassen en uitzicht op één of andere skyline hebben. En wonen we dan in een flat? Ik heb geen idee. ‘Flat’ klinkt zo Bijlmerig, waar niks op tegen is, maar dit is geen honingraathoogbouw. Hoogbouw. Hoe hoog? Weet ik veel. En dat ‘ons’ in ‘ons nieuwe huis’ is óók al zo’n dingetje want als ik dat zeg vragen mensen of we het gekocht hebben. Het is vervelend als mensen dat denken, niet omdat huizen kopen belachelijk is maar omdat er dan kennelijk gedacht wordt dat we vermogender zijn dan waar is en in mijn hoofd denken mensen dan ook gelijk dat ik geld heb om zomaar met ze uit eten te gaan, of zoiets.
Het is allemaal semantische verwarring waar ik nerveus van word. Net als wanneer ik in de boekhandel aan klanten vraag: ‘wilt u een tasje?’. Dan zeggen veel mensen ‘doe maar een zakje’ en dan zeg ik dat ik alleen een plastic tasje heb omdat ik denk dat ze een papieren zakje bedoelen en dan zeggen die mensen: ‘ja, dat zeg ik toch, een zakje’. Dus als ik vervolgens aan iemand anders vraag: ‘wilt u daar een zakje omheen’ en op bevestigend antwoord een plastic tasje pak, roept de klant in kwestie geheid: ‘een zákje, zei u, een zákje! DIT IS PLASTIC!’. Vraag ik aan de volgende boekenliefhebber of ze een plastic tasje blieft volgt er wegens het woord ‘plastic’ een minutenlang durend excuus – ‘het regent en mijn fietstassen zijn nat en normaal heb ik altijd zelf een tasje/zakje bij me en de boodschappentas zit vol en ik zei gisteren nog tegen Mina, het gaat toch achteruit met het milieu, zeg ik, maar tegenwoordig hoor je niemand meer over de ozonlaag of zure regen, ja doet u maar een tasje, sorry, ik schaam me dood.’ U begrijpt, tegenwoordig informeer ik mensen trillend en zwetend over mijn woning en/of plastic tasjes.
Eigenlijk zou het niks uit hoeven maken of iemand die ik nauwelijks ken denkt dat ik het verschil tussen een zakje en een tasje niet weet, of dat ik in mijn satijnen robe over de Skyline van Amsterdam kijk terwijl ik Madame de Pompadour streel en via mijn Google Glasses een lunchafspraak in het Amstelhotel boek. Maar zo werkt het dus niet. Wanneer mensen maar een snipper van mij te zien krijgen, wens ik graag dat die snipper de werkelijkheid benadert, ook al is de aanname van mijn toehoorder misschien een stuk rooskleuriger. Straks denken ze nog dat ik iets weet over hypotheken. Of, God verhoede, naaktkatten.