Contact

Home

Jongeman

Boy Named Oloušek - 1/4

Wegens een verlate groeispurt en een gebrek aan vrouwelijke sierlijkheid werd ik tot iets te ver in mijn puberteit regelmatig voor jongen aangezien. Derhalve werd ik in winkels en op straat steevast aangesproken met “jongeman”. Eerst voelde ik de behoefte die aanname recht te zetten, maar de ongelovige blik van mensen als ik ze vertelde een meisje te zijn was zo mogelijk nog pijnlijker dan het eerdere misverstand, dus later liet ik het er maar bij. Wanneer er dus bij de bakker “jongeman” gezegd werd, zei ik keurig terug: “een halfje wit graag”. Soms kwam het voor dat mensen twijfelden; “Jongen”, klonk het dan uit de mond van leeftijdsgenoten op oorlogspad, “ben jij een jongen of een meisje?” Het antwoord op deze vraag was natuurlijk nooit goed, dus zei ik dingen terug als “eigenlijk ben ik een dolfijn”. Hierbij wil ik graag opmerken dat ik tegenwoordig hopelijk iets gevatter ben, maar soit, je bent maar één keer een onhandige puber.
Het dieptepunt van mijn leven als jongeman was een ouder stel dat naast me zat toen ik – opgedoft voor een avond uit – op een terras op een vriendin wachtte. “Dragen jongemannen tegenwoordig ook al hakken?” fluisterde de dame ontzet tegen haar gezelschap.
Mijn verbazing was groot toen ik rond mijn zeventiende steeds vaker met “meisje” aangesproken werd en net als mijn vriendinnen gezonde reacties losmaakte wanneer ik langs een steiger vol bouwvakkers flaneerde. Tegenwoordig slaag ik er zelfs in om met een rokje aan niet voor travestiet aangezien te worden. Toch heb ik aan mijn jongemannenfase een afwijking overgehouden: wanneer het woord vanachter een toonbank klinkt, voel ik me namelijk nog steeds aangesproken.
Zo ook vandaag, toen ik in de rij stond in een drogist. Voor me stond een vrouw haar trolleykoffer vol te laden met shampoo, achter me hoestte iemand in mijn nek. Om de rij heen rende een aantal kinderen met te veel suiker op, want het is voorjaarsvakantie. “Jongeman”, riep het meisje achter de kassa. Ik keek op. De caissière keek streng terug. Ik werd er haast nostalgisch van: was het weer zover? Maar toen verplaatste haar blik zich van mij naar een achtjarige die een verpakking chocolaatjes openscheurde en weer terug naar mij. “Mevrouw”, zuchtte ze, “is dat kind van u?” Ik voelde me terstond een heel oud meisje.

Deze column verscheen in Ad Valvas.