Contact

Home

Je bent zelf een risicogroep

Twente Ballooning

Een paar jaar geleden deed ik vrijwilligerswerk voor een organisatie die mensen testte op hiv. Voor iemand getest werd, moest hij of zij bij mij een intakegesprek voeren. Er kwamen veel homoseksuelen langs; de oorspronkelijke clientèle van de instantie. Maar sinds een paar jaar lieten ook jonge heterostellen zich testen, net als hetero-mannen die trillend als een rietje in de wachtkamer zaten; het zal toch niet, onverwacht? Tijdens de gesprekken vroeg ik onder andere naar het risico dat iemand dacht gelopen te hebben en hoe het ging met veilig vrijen. Aan het eind van ons samenkomen moest ik de cliënt (m/v) vragen een condoom voor me af te rollen op een grote houten piemel. Tijdens mijn eerste intakes zat ik er ondanks mijn goede wil en gebrek aan preutsheid intern giechelend als een schoolmeisje bij. Wat een onzin, dacht ik ook. Er zitten hier mensen voor me die soms drie keer zo oud zijn als ik en al hun halve leven doorbrengen in darkrooms. Er komen meisjes langs die vertellen dat ze in het laatste jaar van hun studie geneeskunde zitten. Een deel van de cliënten is prostituee. Moet ik ze nu gaan vertellen hoe ze een condoom over een houten piemel moeten rollen?

Ja, dat moest. Meer dan eens was ik getuige van iemand die een condoom met de vingers en nagels van beide handen zo wijd mogelijk uit elkaar trok, om het vervolgens met brute kracht over de houten fallus te duwen. Zoals je een plastic tasje over een iets te grote aankoop probeert te wurmen. Ook kwam het vaak voor dat het condoom binnenstebuiten afgerold werd, waarbij de geneeskundestudente/doorgewinterde homo/apothekersassistent in kwestie riep : “zie je wel; de helft van de condooms rolt gewoon niet soepel!”. Als glijmiddel (condooms worden poreus van olie) werd (o.a) genoemd: blue band, olijfolie, bodylotion, vaseline, pindakaas zonder stukjes. Veel mensen gaven aan niet zo zenuwachtig te zijn. “Ach. Tegenwoordig is het gewoon iets chronisch, toch?”

Ik dwaal af. Vandaag las ik in de Volkskrant een artikel met de kop: “Alleen nog gratis soa-test voor risicogroepen”. De soa-klinieken (waar dus op meer dan alleen hiv getest wordt) raken namelijk overvol, en “met deze maatregel willen de poliklinieken bewerkstelligen dat de subsidie bij de juiste mensen terecht komt.” De juiste mensen? Vooruit, je moet haast moeite doen om niet bij een risicogroep te horen: homoseksuelen (m), prostituees, mensen uit landen waar veel hiv is, jongeren onder de 25 jaar, mensen met klachten, hetero’s met veel wisselende contacten en mensen die zijn gewaarschuwd voor een soa. Maar mocht je toevallig toch buiten deze groep vallen, omdat je een vaste partner hebt bijvoorbeeld, of omdat je niet durft toe te geven dat je een minnaar hebt of omdat je geen condooms kunt afrollen of omdat je gewoon een weldenkende 28-jarige bent die weliswaar niet met half Holland heeft liggen rampetampen, maar toch wil weten of je met je nieuwe chickie los kan gaan; testen kan dan niet meer anoniem. En als jongere met ‘laag risico’ (dus onder de 25, maar toch onhandig duur) word je alleen nog getest op chlamydia. De rest van de soa’s neemt namelijk af (ik voel een kip-ei discussie opkomen).

Dan de hamvraag: hoe goed weet iemand of hij of zij tot een risicogroep behoort? Het stel dat het trouw met binnenstebuitencondooms doet loopt risico op een soa, tenzij ze elkaars eersten zijn. De onwetende vriend van een promiscue vriendin loopt risico (en gaat misschien minder snel voor een routinetest als hij daarvoor zijn eigen huisarts moet bellen). 5 procent van de mensen geeft geen reden aan voor het doen van een soa-test. Die zouden kostbare overheidssubsidie opmaken, want zij lopen over het algemeen minder risico. Maar tenzij ze net als het meisje dat ik ooit sprak op mijn werk redeneren (‘ik ben nog maagd hoor, maar ik zoende laatste met een jongen’) zijn ze seksueel actief en is het risico er wel degelijk.

Wat er nu gebeurt is het hoogdrempelig maken van een soa-test voor 5 procent verstandige mensen (zonder daarbij de rest direct te classificeren als onverstandig!). Een deel daarvan zal niet schromen nu naar de huisarts te gaan, of voor een test te moeten betalen. Een deel daarvan denkt: laat ook maar. En loopt misschien vrolijk door met een soa, om die tijdens een stevig robbertje olijfolie of pindakaas zonder stukjes door te geven aan een ander. Die denkt: ach, die twee onenightstands met brave burgers: wat kan mij gebeuren? Enzovoorts.

Ik ben geen econoom en ik ga niet over de schatkist. Maar iets zegt me dat het hoogdrempelig maken van een soa-test geen verstandig idee is; ook niet in een samenleving waarin gehamerd wordt op het feit dat seks en soa’s geen taboe hoeven te zijn (“Welke soa heb jij? Oh, ik ook! Nog een biertje?”). In plaats daarvan zou het beter zijn om (naast het geven van voorlichting) meer geld beschikbaar te stellen voor de poliklinieken. Zodat iedereen, promiscue, trouw, hetero, bi, homo, man, vrouw, alles daar tussenin, bedrogen, verstandig of naïef, behoed wordt voor het verspreiden of krijgen van allerhande druipende, stigmatiserende, chronische of dodelijke zaken.

foto via Peter