Contact

Home

Hoe moeilijk

Ik liep over het strand en de zee was rustig, kleine golfjes en geen dode kwallen in het zand. Jammer, vond ik dat: een woeste zee en wind die langs je oren brult is veel lekkerder. De zon stond hoog en de lucht was op een paar wolken na zomerblauw, eindelijk. Ik was de enige met een lange broek aan. Links van mij het water, rechts Bloemendalers met tijd over en een gelooide huid. Blote borsten en blote kinderen. Ik wilde van dat strand af, had honger, had de pest in van alles en had gehoopt dat die pest uit m’n kop gewaaid zou worden; niet erin gebrand.
        Dat ik verdomme nog niet afgestudeerd ben, dat ik mijn vrije tijd niet invul met het helpen van minderbedeelden of desnoods het delen van onrecht op Facebook of het schrijven van een geëngageerd meesterwerk, dat ik niet in staat ben ook maar iets met eigen handen te vervaardigen – als de pleuris uitbreekt ben ik hulpeloos – (adem in) dat mijn benen zo dus nooit bruin worden dat ik me druk maak om bruine benen dat ik een vrouw ben en dus drukte maak om benen dat ik nog steeds geen gitaar kan spelen dat ik De Toverberg niet heb gelezen dat ik nooit interessante reizen maak dat dat allemaal dus wel zou moeten etc. (adem uit).
        Ik was niet de enige die alleen was op het terras van een café bij een ingang van het duingebied. Er zaten veel mannen met honden, ook alleen, die honden moesten van de de bediening aan de lijn en hadden allemaal een hekel aan elkaar. Gegrom. Schouderophalende kerels. In de verte ruisde de laffe zee, voor mij lag een klef broodje ham met slappe olijven erop. Het stel tegenover mij staarde mij zwijgend aan, ik staarde naar een musje dat naast me landde en voerde het kleine balletjes brood.
        Een paar tafels verder streek een bejaard gezelschap in dikke jassen neer. Het waren drie vrouwen, één van hen had een blindenstok en deed er lang over om een stoel te vinden. Toen ze eenmaal zaten (de mus en ik waren halverwege het broodje ham) schoof er ook een jongere man aan. De blinde vrouw zette haar zonnehoed af en een bril op en ze draaide haar gezicht naar de zon.
‘Van de zon worden je ogen nog slechter, toch, ben je niet bang om helemaal blind te worden?’ Vroeg de man.
‘Ik ben tachtig. Dit soort dagen, daar wil ik gewoon van genieten.’
‘Je haalt de negentig makkelijk.’
‘Nee,’ zei de vrouw, ‘Ik ben langzaam op aan het gaan. Dat is niet erg hoor, ik heb de hele wereld over gereisd, bijna alle landen gezien. Ik heb overal vrienden en nu zit ik hier in de zon, het is mooi geweest.’
        Het musje was onaangedaan en at een balletje deeg. Het echtpaar tegenover me porde in een broodje oude kaas – er zat een stukje tonijn in terwijl dat niet de bedoeling was.
‘Is het dan niet moeilijk om nu in je flatje te zitten?’
‘Het heeft heel lang geduurd,’ de vrouw begon harder te praten, ‘tot ik artsen zo ver kreeg mijn euthenasieverklaring te tekenen. Het moeten er twee zijn. Iedereen vond me te gezond. Maar je weet nooit. Het is me gelukt.’
        De mus en ik hadden het broodje op. Na het afrekenen wandelde ik de duinen in. Ik kon kiezen tussen een blauwe, een groene en een rode route, allemaal te kort of te lang en ik dacht: ik ga gewoon richting huis lopen, zonder die paaltjes, hoe moeilijk kan het zijn. Tweeënhalf uur later was ik verdwaald, had ik schotse hooglanders gezien en paarden en konijnen en had ik dorst en kwam ik overal die klotepaaltjes tegen maar wist ik niet meer welke kant ik ze op moest volgen en welke kleur de korte route ook alweer was. Er jogde pezige ouwe man voorbij. Ik besloot zijn spoor te volgen. Een uur later kwam ik aan bij duinmeertje ’t Wed. Er waren weinig mensen, maar verderop liep een groep jongens en meisjes, de jongens leken allemaal op mijn broer. Van dichtbij bleek één van die jongens daadwerkelijk mijn broer te zijn. We riepen verbaasd elkaars namen. Ik wist: hij komt vanuit Amsterdam dus die bus naar mijn huis kan nooit ver zijn.
       Thuis had ik er nog steeds de pest in, maar iets minder. Ik hoef alleen maar de wereld over te reizen en daarna tachtig te worden. Hoe moeilijk kan het zijn.