Contact

Home

Hoe het ook had kunnen zijn 3

We zijn in Duitsland, in een kleine stad met overal kersenbomen. De kersen zijn nog niet rijp. De straten zijn leeg. Waar is iedereen, vraag ik me steeds hardop af, zijn ze allemaal naar een feestje?

Mijn grote angst is dat iedereen naar een feestje gaat behalve ik, omdat ik niet weet van het bestaan van het feestje. Dat laatste is cruciaal. Als iemand me in het weekend belt en zegt: trek je mooie kleren aan, partytime, zeg ik dat ik net zo lekker lig.

I. denkt dat alle mensen in de kerk zitten. Om ons heen beieren van alle kanten klokken maar uit de kerken die we passeren komt geen mens. Soms rijdt er een auto voorbij, ontzettend snel, alsof in de bebouwde kom ook geen limiet bestaat. We zien gesloten winkels, een fontein waar algen uit druipen, dichte luiken, lege terrassen met stoelen die aan de tafels geklonken zijn, een bedrijf dat grafstenen verkoopt (leeg, donker, de stenen in de zon op het gras uitgestald, er staan vast namen op) en afwisselend miezert het of schijnt de zon zo hard dat kleren overbodig zijn. We staan midden op een groot grasveld waar we vorig jaar per ongeluk op een bijeenkomst van de Freiwillige Feuerwehr terechtkwamen – het bewijs dat hier ooit mensen liepen. Er zeurt een briesje door een leeg speeltoestel en op de midgetgolfbaan bij de Stadthalle liggen rotte bladeren. (…)

Lees verder op Tirade.nu