Contact

Home

Hij heb geen Nederlands geleerd

In de bus naar Amsterdam Zuid was het stil. Men was grijs, of moe, iedereen was alleen, we hielden ons mond. Er kwam wat Haarlem langs en toen een snelweg, de meeste mensen keken naar buiten. Op station Amstelveen hield de bus even pauze, of in ieder geval rekte de chauffeur zich eens goed uit. Het werkte aanstekelijk, na een tijdje rekte iedereen zich stiekem uit en klonk er een sinister koortje van ingehouden gapen, waarna alles weer normaal werd. Tot er opeens een Indiër naar binnen sprong, hij had gerend en hijgde hard. Men zag hem heel erg niet, deed z’n best hem ook niet te horen, maar de chauffeur, net bezig aan zijn tweede uitrek, kon natuurlijk niet om hem heen.
‘Good morning sir,’ zei de Indiër, ‘I need to go to townhall, is this the right bus?’
‘Watte?’ zei de chauffeur, zijn oren suisden nog van het gapen, hij pakte zijn stuur vast.
De Indiër keek paniekerig om zich heen. Zijn reisgenoot stond buiten de bus op zijn horloge te kijken.
‘Don’t drive yet,’ zei hij in zangerig Engels, ‘please tell me where I can find the townhall.’
‘Wat joe zee? Joe want in de bus? Joe peej tikket furst hoor. Hir. Tikket.’ De chauffeur hield een buskaartje in de lucht, hij keek misprijzend naar zijn gast en toen naar de busreizigers, die allemaal erg geïnteresseerd hun voeten en het plafond bestudeerden.
Een Indiase zucht. ‘Townhall, gemeenthous’ hij spelde g-e-m-e-e-n-t-e-h-u-i-s met Engelse letters. ‘I need to hurry, I’m late. Please, where do I go?’
Een man, hij zat dicht bij de chauffeur, vroeg aan niemand in het bijzonder welke taal de bezoeker sprak. De chauffeur dacht Indiaas. Een vrouw riep: ‘Marokko!’ Iemand anders wist het niet. Ik zei: ‘hij moet naar het gemeentehuis. Townhall.’
‘Zeg dat dan!’ riep de chauffeur tegen de verdwaalde man, en hij wees hem (‘…en den to rait, hè, a littel to left, den der is de skwer’) de weg. De man spurtte weg, in de verkeerde richting.
In de bus ontwaakten wat permanentjes.
‘Ik verstond ‘m niet hoor’ zei een paarse.
‘Hij heb zeker geen Nederlands geleerd’ zei een grijze.
‘Die man brabbelde maar wat’ zei de chauffeur.
‘Geen touw aan vast te knopen.’ concludeerde de man die eerder vroeg naar een taal, ‘dat heb je met die buitenlanders.’
Iedereen keek naar mij, ik verstond immers Buitenlands. Ik zei: ‘townhall’.
‘Maar net zei je gemeentehuis’ zei iemand.
Ik legde uit dat ik aannam dat de man daarheen moest.
‘Town-hall,’ proefde de man, ‘dorps-huis. Hebben we hier niet. Hij heeft pech gehad.’
Toen vertrokken we weer en werd het stil. Gelukkig maar.

Deze column staat ook in Advalvas.