Contact

Home

Gedicht: (Un)Earth

Awoiska van der Molen en Bart Lunenburg hebben voor fotofestival Noorderlicht (Groningen) een prachtige duo-tentoonstelling gemaakt, die te zien was in de Oude Camerabioscoop. Een aangepaste vorm van de tentoonstelling was ook te zien in het Burgerweeshuis te Amsterdam – bij en met dank aan het BPD Cultuurfonds.

Bij hun werk, dat draait om de gasbevingsproblematiek in Groningen, schreef ik een gedicht, dat hieronder te lezen is. Het is ook verschenen in een mooie uitgave, een folder gedrukt door Rob Stolk – in deze folder staat ook het werk van Awoiska en Bart (voor een impressie zie de galerij onder de tekst). Bij interesse in een exemplaar kun je me mailen.

160409|2,6
Bob Dylan brengt Blowin’ in the Wind voor drie man en een paardenkop ten gehore
& Epke Zonderland wordt geboren
& er rimpelt een vluchtige vingerafdruk door het water
& de Romeinen nemen fort Masada in
& de Titanic is koud gezonken
& Max Woiski zingt
& een rode muur scheurt trapsgewijs
& je zou ook kunnen zeggen dat wat steen voor steen ontstaat in één keer moet verdwijnen, als pleister van de wonde
& drie mannen komen met zes uur vertraging aan op de maan
& The World Health Organization geeft een nieuw virus zijn naam
& Harriet Quimby vliegt over Het Kanaal
& een vrouw kijkt op zoek naar een knal naar boven
& in Groningen geven de Duitsers zich aan de Canadezen over
& Marie Tussaud sterft in haar slaap
& nee, zegt de zoon van de vrouw die naar de hemel staarde, dat was de aarde.

220519|3,4
Eerst ligt het water onbreekbaar op de aarde
aan oevers
van olifantshuid, dan het kraken
Eerst de vraag wie te bedanken voor de weidse lucht het volle land en dan
het schietgebed naar wie het horen wil
(o, Sint Emidius tegen het beven)
het schietgebed tot halverwege, dan weer stil.
Gedenken we de vroege morgen waarop de bedden wandelen, het zaad uit lijsten knapt, het rode stuiven van een plaats die steen voor steen zou staan, een bodem had.
Dan rond de wierden de spiegel dom en glad, het heeft
hoogstens in de winter iets
dat het geheugen van stenen benadert.

051291|2,4
En nog breekt het water niet en het
is ook vroeg en niet koud genoeg er
opent iemand slapeloos zijn ogen er
laat iemand zijn scheermes vallen
een enkeling grijpt naar het hart er
draait zich iemand nog eens om er
is een hond die blaft er
is de hoop
op zinsbegoocheling.

030713|3,0
Bladnerven in het pleisterwerk maar
buiten blijft in halve manen de hele rotzooi
groeien – en wat zou het ook wat
zou het allemaal ook hoogstens zakt hier
een wortel daar
een laag
het is niet het schuiven van platen maar
het dalen van zand, zie
je had de hele prehistorie
vol van beest
en varens, tot bel geperst door later enfin
denk aan de geesten die daar zijn ontstaan
ja je moet eerst wijzen naar
het geld dat de boor duwt en de mens die het geld maakt
ja wijs, toe, maar vraag
wie neemt er wraak.

120600|2,5
Onder vier kerken
onder zwemdiplomawater
onder de graven
onder de tulpenklei, grijs
is het land lek
is het land lek?

010794|2,7
Ook een roodgebakken dorp komt
uit grijze klei waaronder
lagen zand en zout en steen en gaten
er knipt in een verleden iemand zijn nagels en verliest
het gruis van een pas gebouwd huis
en later zal
terwijl onverschillig de wei de wei is, nevel vangt,
de klei de klei, het land achter de dijk achter zee is,
onder is,
er iemand opstaan met haar adem in ze
legt haar hand op een roeststenen wand.

160812|3,6
Je lijft trilt na je staat verbaasd op de grond die je verraadt of nou ja,
verbazen is het woord niet, het is gewoon zoals
de regen soms in grijze banen uit de hemel valt en
schors naar schors ruikt hoe
als je iets omhoog gooit
het ook weer naar beneden zal,
maar anders, vals.

071108|2,2
En dat de mensen zingen van die crack, a crack in everything
en dat dat godbetert is where the light comes in.

080118|3,5
Wat ween je nu om al die dingen?
Dáár hebben ze pas
honger is het pas erg gingen
ze dood moesten ze zwerven kwam
er ook water was er een oorlog stortte
het godganse land in moesten
ze zoeken
naar kinderen met honden
naar honden met mensen hadden
ze geen stroom geen telefoon
geen geld geen gas geen hitte geen leven geen
toekomst hebben ze
vodden aan hun lijf en dat is pas vreselijk en
maalt er niemand om dat je grootje ook in dat huis
daar hebben ze geen huis
hebben ze ook nog ziektes
je weet hier is het
je hebt het maar
we hebben toch
we leven toch in een land dat
je mag in je handen
en je vuistje,
ja, hier,
in het koninkrijk der paaltjeswandelingen!

170207|2,6
Stenen in de kleur van een zonsondergang
je kunt ook zeggen de kleur van een wond en zeg niet
dat je niet van een wond kan houden, van het enkelvoud
van wonder.

130214|3,0
Van dieren die hun huis op hun rug dragen van
staarten die weer aangroeien van
de rups die voor hij vlinder wordt in zijn cocon
in pap verandert van
dat op een of andere manier dan toch
in die vlinderkop
niet alles dan verloren is.
Is dat hetzelfde dan.

190621|2,3
Je opent een deur en stuit op een muur
je stuit op een muur en kijkt door een raam
komt niet verder dan de kozijnen want ook daar
dezelfde wand je bent ingemetseld en dan
wordt er eindelijk geklopt, blijkt ergens
nog een opening, hier,
aan een vergeten ingang van
je vergeten huis staat
in pak een beest met
zijn muil vol
papier.

070510|2,5
Maakte de vlakte de
watervlakte hier geluid
zou het o zijn een
oooo kalm
en misschien als
de zon opkwam
a
a gaat de vlakte zo,
de vlakke vlakte aa
zuigt het slijk
de prielen o
kalm en misschien als het rilt
m
mmm maar
hoe kun je weten hoe voor wad en water
beven heet.

010721|2,2
Er worden lichte schoorstenen
geweven, van binnen wordt hard
tegen de wereld geschopt waarop
het blad zwart en stil tegen de
witte hemel plakt en
in vette pluimen wacht de rook om
pas ’s winters rillend op te stijgen.

070715|2,1
Om neer te dalen over molen, klooster
wat maar klaarstaat om zacht te barsten
wanneer je slaapt of zwaar van slapen opstaat je
trekt je sokken aan je loopt de dag in
zomaar de dinsdag in, in Pamplona zullen
de stieren door de straten denderen
hun hoefslag ging ze voor in je sluimer.