Contact

Home

Fun

Ik liep in mijn eentje langs een rij indrukwekkende grachtenpanden en herinnerde me dat, jaren geleden, mijn wijlen oma klaagde dat het zo druk werd in haar mooie stad en dat ik het daar niet mee eens was, ik vond dat ze gewoon oud werd. In die tijd ging ik ’s nachts met een vriendin voor de bibliotheek zitten, toen nog aan de Prinsengracht. We dronken bier uit blik tot er toeristen langskwamen die ons bevielen; die namen we dan mee de stad in. We lieten ze Paradiso zien en als ze dat wilden kort de Wallen en daarna namen we ze mee naar een kroeg die langer openbleef dan mocht en waar ze heel veel Rammstein en rotherrie draaiden. Denen, Afrikanen, Indiërs. De stad was een soort grabbelton, een speeltuin, een toevluchtsoord en een warm bed. Een thuis vooral.

Nu liep ik door het centrum omdat ik er toch moest zijn. Om er te komen had ik twee trams laten passeren, die zaten te vol. In de Leidsestraat haalde ik me open aan de tassen van een voorbijganger. Toen er een ambulance (niet voor mijn dramatische verwonding, uiteraard) langs moest, werd ik er haast voor geduwd door een vrouw die naar een etalage vol Nutella wilde kijken. Wat doe jij nou, riep ik uit, maar de vrouw verstond me niet. Verderop in de straat lag een jongen op de grond, hij spartelde met zijn benen, kwam niet meer overeind. Zijn vrienden hadden allemaal dezelfde muts op – zo eentje met ‘Amsterdam’ erop en van die flappen voor je oren – en waren hem aan het filmen met hun telefoon. Ze hadden echt heel veel pret, maar stonden erg in de weg en merkten dat niet. Ze hallucineerden.

Een jongetje van een jaar of acht riep naar een man, waarschijnlijk zijn vader: “ik zie de fun hier niet van in, ik zie hier écht de fun niet van in.”

Dat hij dat woord gebruikte, fun, dat hij daarmee zijn ouders nadeed, dat die ouders mensen zijn die het woord fun gebruiken en zo een vroegwijs jongetje creëren, dat de uitspraak vroegwijs niet klopt want je bent niet helemaal wijs als je zoiets zegt – ik vond het allemaal zo erg dat ik hem bijna per ongeluk een lel had verkocht. Maar dat doe je niet. Bovendien had het jongetje gelijk. Ik voelde me ineens vreselijk oud. Zuur ook, en verpest en verwend en ik hoopte heel erg dat het een fase was, zoals ik ook wel eens wekenlang alleen maar trek heb in guacamole of een zenuwtrekje in mijn ooglid heb.

Uiteindelijk moest ik door de Utrechtsestraat en er passeerde een jonge vrouw die in haar telefoon schreeuwde: “ik weet niet wat er met mensen aan de hand is vandaag. Ik weet het serieus niet.”

Ze bedoelde daarmee duidelijk niet zichzelf. Ik wist het ook niet, keek omhoog, zag de maan vol en enorm en helder boven een paarse gracht hangen.

Deze column komt uit Advalvas