Contact

Home

De Revisor: Het jaar U

Voor De Revisor schrijf ik om de week een stukje. Deze verscheen twee weken geleden.

Sinds enige tijd ben ik ‘u’. In winkels, op straat: u. Het is een denkgroef tussen mijn wenkbrauwen, het grijzende haar, de kilo’s die ik cadeau kreeg van een medicijn, de plooien van (slechts) mijn kussen in mijn wang. En in tegenstelling tot wat ik altijd geleerd heb – namelijk dat je een heel lange fase door moet waarin je met iets te hoge stem roept GOD NEE ZEG MAAR ‘JE’ HAHA ZO OUD BEN IK NIET HOE OUD DENK JE WEL NIET (enz.) – vind ik het helemaal niet erg, een ‘u’ zijn. Ik vind het, geloof ik, zelfs wel leuk. Natuurlijk besef ik ten volle dat hier enkele andere privileges (nee, geen vinkjes, ga toch heen) meespelen, maar ik bemerk werkelijk geen enkel nadeel aan mijn u-zijn. Mijn beweringen worden serieuzer genomen (vooralsnog, moet ik hierbij aantekenen; het schijnt dat je als vrouw na je vijftigste helemaal nooit meer serieus genomen wordt). Ook wordt er op een enkele opmerking over mijn veronderstelde geaardheid na nog zelden iets goors naar mijn hoofd geslingerd op straat. Sterker nog: zelfs het weinige slingeren lijkt eerbiedwaardiger te gebeuren. Zo riep iemand me vandaag in de Leidsestraat uit de grond van zijn hart toe: ‘Wat bent u een mooie vrouw!’ Ik riep: ‘Dank je wel!’ Een omstander beet me toe: ‘Don’t engage!’ Mijn aanbidder vervolgde: ‘Ik heb mijn tenen op slot gezet voor Jezus!’ En daar ging ik inderdaad maar niet op in.

Lees hier verder.