Contact

Home

De Pont: luchtballon

Op de wachtboot, het platform waar je op de IJpleinpont moet wachten, is een hekje gezet. Eerst was het water aan de aanlegkant vrij, er stonden mensen te vissen en er wachtten mensen die hun benen over de rand van het dek lieten bungelen, maar kennelijk vielen er ook reizigers in het water. Dat gebeurt overal in de stad, soms verzuipen ze, soms doen ze het expres om naar de overkant van het IJ te zwemmen – zoals de vrouw die laatst de pont miste en straffeloos het heft in eigen handen nam.
Ik kijk naar dat hekje en dan naar het station, waar heel lang in plaats van AMSTERDAM, RDAM op stond waardoor ik me vaak voorstelde dat ik eigenlijk in Rotterdam was, hoe dat zou zijn en hoe anders mijn leven zou zijn (heel anders maar ikzelf precies hetzelfde, wat jammer en geruststellend is). Boven het station hangt een donkere luchtballon die soms oranje oplicht. Heel dichtbij en heel onwerkelijk, luchtballonnen boven de stad associeer ik met prenten uit de achttiende en negentiende eeuw, vlak nadat de gebroeders Montgolfier een schaap, een haan en een eend het Franse luchtruim in stuurden. Normale luchtballonnen zijn kleurig en hangen boven weilanden en als ik ze zie sta ik niet op een aanlegboot maar zit ik in een trein. Om me heen kijkt niemand naar de ballon. Zonde, ze weten niet wat ze missen, wie vindt dat nou niet bijzonder, maar ik durf niet te wijzen en te roepen. In plaats daarvan kijk ik heel ostentatief omhoog. Ik heb gelezen dat andere mensen dan vanzelf zullen volgen. Het schijnt dat mijn opa (of zijn vader, of die van mijn oma, daar wil ik even vanaf wezen) dat expres deed op het Leidseplein; hij keek net zo lang omhoog tot het hele plein naar de hemel staarde, en dan liep ‘ie weg. Ik kijk omhoog naar die ballon en niemand kijkt mee omdat niemand op mij let. Waarom zouden ze ook.
Op de pont kijk ik nog steeds omhoog, ik draai naar de luchtballon als de pont wegdraait en nog steeds let niemand op, wat vreemd is, normaal als ik iets afwijkends doe (mijn veters strikken, op het tassenplateautje van een volle bus gaan zitten, struikelen, lopend een HEMA-hotdog eten) let iedereen op. Een onwerkelijk gevoel van vrijheid, geeft mijn plotselinge onzichtbaarheid mij, het is jammer dat ik geen zin heb om een dansje te doen. De ballon verdwijnt achter het dak van het Centraal en ik weet niet meer waar ik naar moet kijken dus ik kijk naar beneden. Naast me staat een kerel in teenslippers, zijn tenen bloeden, ik denk dat hij van zijn fiets gevallen is. Hij doet er zelf niet moeilijk over, ziet niet dat ik naar zijn tenen kijk. Wanneer de pont aanmeert loopt en rijdt iedereen eraf en iedereen botst tegen mij aan, verbaasd of kwaad dat ik er ben.

ballon

montgolfier