Contact

Home

De pont – Fucking ferries

‘We moeten naar Eye,’ zegt een jongen in het Engels, hij heeft een zwaar Spaans accent. De pont meert net af, we gaan niet naar Eye, we gaan naar het IJplein.
‘Je moet een andere ferry hebben,’ zeg ik tegen hem.
De Spanjaard vloekt. Dit is al de tweede verkeerde pont die hij pakt.
‘Je kan ook lopen,’ probeer ik, en ik leg hem de weg uit maar hij begrijpt me niet. De Spaanse woorden voor links, rechts, rechtdoor, zijn te diep weggezakt om een poging in zijn taal te wagen.
Voor ik in Noord woonde moest ik misschien twee, drie keer per jaar met de pont. Lekker, vond ik dat, zelfs als het regende ging ik op het buitendek staan. Elke keer hoopte ik: zou er nou nooit een veerman zijn die denkt, op zijn laatste dag of zoiets, toedeloe, vandaag vaar ik ergens anders heen. Ook voelde ik me altijd een beetje ongemakkelijk omdat ik niet geheel zeker wist of ik niet een kaartje moest hebben om het IJ over te mogen steken – die pont was wel heel erg gratis voor iets dat zo mooi was. Eenmaal aan wal verdwaalde ik iedere keer onherroepelijk, niet alleen omdat Noord me onbekend was, maar ook omdat ik steevast de verkeerde pont nam.
Dit kan ik allemaal niet aan de Spanjaard uitleggen. Inmiddels schreeuwt die iets vol puta’s en pucha’s door een mobieltje. Een vrouw die ik herken omdat we vaak op dezelfde pont staan, schudt afkeurend haar hoofd terwijl ze naar mij kijkt, ze wil dat ik mee schud, maar dat doe ik niet, zo ingeburgerd ben ik nog niet in het noorden. Nog steeds verdwaal ik als ik buiten de gebaande paden treed, en steeds als ik meen dat ik nu eindelijk snap hoe het stadsdeel planologisch in elkaar steekt draait de kaart een kwartslag onder mijn voeten waardoor ik opeens op de NDSM-werf sta terwijl ik eigenlijk naar de Van der Pekbuurt wilde of andersom. Dat is ook waarom ik halsstarrig een te lange route naar huis blijf fietsen; al mijn snellere pogingen lopen uit op weliswaar prachtige fietsroutes, maar niet op een vroege thuiskomst.
We meren aan. Iedereen loopt van de pont af, ook de Spanjaard, die om zich heen kijkt, zich bedenkt en de pont weer oploopt. Hij lacht, gelukkig, zwaait naar me en roept fucking ferries. Inderdaad, fucking ferries. Ik hoop dat de veerman niet aan zijn laatste dag bezig is.