Contact

Home

Beloftes

De jongen aan de andere kant van de lijn praatte heel snel en hard, alsof hij in paniek was. Hij was van een klantenservice. Ik had gebeld met een vrij simpele vraag die kennelijk niet zo simpel was, of in ieder geval, zo bleek.
‘Heeft u een servicenummer, wat is uw adres, en uw achternaam, hoeveel exemplaren zitten er in de doos, bent u misschien Sandra de Vries, nee, oké, heet u dan Loes van Scheppingen, heeft u abonnementen wat is uw voornaam hoe groot zijn de spullen heeft u een barcode weet u wel hoeveel dozen er hier–’
Ik wilde hem graag antwoorden, had alles keurig klaarliggen en wist mijn naam uit m’n hoofd, maar kwam er niet tussen. Na vijftien vragen, volgens mij huilde hij een beetje, zei ik luid ‘man, laat me even uitpraten,’ en daar had ik natuurlijk gelijk spijt van. Maar hij was wel stil. Ik somde alle benodigde nummers en namen op. Aan zijn kant hoorde ik mensen door elkaar praten, er werd ook veel gelachen. Misschien is die jongen iemand, dacht ik, die denkt dat het over hem gaat als anderen lachen.
Met trillende stem gaf hij mij het antwoord op mijn vraag, en voegde daar struikelend over zijn woorden aan toe dat hij geen beloftes kon doen. ‘Daar heb ik ook niet om gevraagd,’ zei ik, ‘je hebt me precies verteld wat ik wilde weten, echt heel fijn, dank je wel’. Was ik neerbuigend? Te hard? Moest ik hier niet over nadenken? De jongen, die arme open zenuw, nog niet toe aan afscheid, begon omstandig uit te leggen waarom hij geen beloftes kon doen. ‘Ik hoef geen beloftes!’ riep ik in mijn telefoon en wilde toevoegen: hou alsjeblieft op, ik bedoelde het niet zo, je bent een perfect mens, neem lekker een dag vrij of meld je ziek, zoek iemand met een warm bad en een huis dat naar kaneel en appel ruikt, begraaf je in een pas verschoond bed, maar in godsnaam, stop hiermee.
‘Dankjewel!’ gilde ik nog eens, ‘Echt fantastisch!’.
‘Oké,’ zei de jongen en hing op.
‘Doei,’ zei ik ostentatief tegen de stilte waarin je vroeger een in-gesprek-toon hoorde, en keek als om bevestiging te vragen naar een leunstoel. Ik was alleen, maar tenminste werd er niet gelachen.

(foto via)