Contact

Home

Tellen

The VIDA Count is een jaarlijkse inventaris van het percentage mannen/vrouwen (en inmiddels meer dan dat) dat in (literaire) tijdschriften publiceert.

In de VS doen ze ’t zo, tellen. En hoewel er altijd wel iemand kwaliteitsargumenten begint op te sommen en ook cijfers alle kanten op geïnterpreteerd kunnen worden, of misschien juist daarom, is zo’n telling betekenisvol – immers, de discussie over (gender/enz)gelijkheid wordt van beide kanten direct doodgemept als er niemand met getallen over de brug komt.

Je kunt gnuiverig worden van het Amerikaanse jargon (‘do you identify as disabled, trans, black, impaired, etc…’) en vinden dat dit verdelen-om-te-tellen juist die hokjesgeest in stand houdt – neemt niet weg dat het interessant is om te zien hoe het gesteld is met de diversiteit onder de schrijvers van belangrijke tijdschriften. Wat betekent dat? Hoe vind je dat de verhouding zou moeten liggen? Kun je hieraan aflezen waar je terecht kunt als lezer met behoefte aan variatie – dus niet alleen kritiek, essay, proza en poëzie van the usual suspects? Kun je hieraan als schrijver aflezen waar je vermoedelijk meer bent dan de excuusvariatie?

Zonder te willen beweren dat alles uit Amerika klakkeloos en zonder enige aanpassing overgeheveld kan worden naar hier: het zou interessant zijn als de Europese of Nederlandse periodieken ook aan een analyse als dit onderworpen zouden worden – een soort Lezeres des Vaderlands Megathunder2000plus. Maar goed, schreef de huichelaar, zelf ga ik dat dan weer niet doen, ik schrijf beter – iets waar ik de afgelopen dagen, na het (met vereende krachten) opstellen van de open brief aan de CPNB overigens niet aan toekwam. Ja, e-mails schreef ik, ongeveer 4800394. Lezen deed ik ook: van warme steunbetuigingen tot opbouwende kritiek tot mensen die vinden dat ik mijn feministische zeikmuil moet houden omdat ik geen lekker wijf ben.

Een grafiek zal iemand die zo redeneert niet op andere gedachten brengen. En toch.