Skip to content →

Dramatick

Iets langer dan een maand woon ik nu in Maastricht. Veel meer dan de binnenstad heb ik nog niet gezien, want ik moest vaker heen-en-weer naar Amsterdam dan ik eigenlijk wenste en er kwamen een suffe lentegriep en een reis naar Boedapest tussendoor. Sowieso ben ik langzaam met wennen. De eerste weken heb ik nog net niet (als een bange kat langs de muren) alleen de route van mijn huis naar de academie afgelegd. Bovendien is de hemel de hele tijd regengrijs of deprimerend wit, terwijl mijn inmiddels lentebeige gemoed best zon en blauw kan gebruiken.

Vandaag, of eigenlijk gisteren, was ik klaar met mezelf. Toen mijn wekker ging dacht ik: mooi niet. Na een dag vol zaterdagkranten en het minimale aan werk sleepte ik mezelf naar een film: Django. In de folder van Lumière las ik dat de muziek voor die film is gemaakt door het Rosenberg Trio. Wat ik van de film vond weet ik eigenlijk niet zo goed, maar de muziek was prachtig.

Thuis, onder de douche, voelde ik me schuldig over het kopje koffie dat ik vlak voor de avondfilm had gedronken. Ik had totaal geen zin om te gaan slapen. Misschien, dacht ik, moet ik gewoon eens een nacht doorhalen, omdat het kan. Maar dat was natuurlijk geen goed idee want als ik daar eenmaal aan begin blijf ik bezig.

Toen vond ik een teek onder mijn oksel, net aan de zijkant. Van die ene zonnige dag dat I. en ik naar de Amsterdamse Waterleidingduinen waren gegaan om vossen en hertjes te zien. Nergens in huis een pincet natuurlijk, en mijn nagels had ik net geknipt waardoor ik zelfs niet kon improviseren. De teek was groter dan de zeven teken die ik twee jaar geleden uit mijn benen tekentangde, en gatverdamme pootjes lijfje beest een beest in mijn huid – ik ging op bed liggen om te slapen. Kreeg dat beest echter niet alleen niet uit mijn oksel; ook mijn hoofd was nu gevuld met TEEK.

Over de app consulteerde ik I., die een schaar suggereerde of het bellen van een huisartsenpost. A., met wie ik op z’n tijd lustig medische mysteriën uit kan wisselen stuurde me direct het nummer van de huisartsenpost.
‘Maar het is nacht!’ appte ik.
‘NOU EN’ appte A.
Ik ging weer liggen en probeerde niet aan de teek de denken. Niet zo aanstellen, stadsmens, dacht ik de hele tijd, het is maar een beestje, vroeger hadden we katten die soms onder de knikkers zaten en ik heb ongetwijfeld weleens een regenworm gegeten.
‘BEL DIE HUISARTS!’ appte A.

De dame aan de telefoon was heel leuk. Ze vroeg of de teek groot was (redelijk, hij doet wat een teek moet doen), of ik ademhalingsproblemen had (nee, al lette ik ineens op mijn ademhaling en overviel me een oeroude angst, namelijk dat ik er gewoon mee zou stoppen omdat ik erover nadacht), of het rood was (ja) en hoe lang hij er al inzat (gatver, twee dagen) (sorry dat ik je hiermee lastig val, zei ik ook, en dat ik niet moeilijk wilde doen of zoiets, maar even wilde checken of – ), ‘ja,’ zei ze, ‘kom maar even langs, dan halen we ‘m eruit.’

Googlemappend door Maastricht-by-night fietsen, een nachtwachtkamer, ik had net zo goed het woord DRAMAQUEEN op mijn voorhoofd kunnen schilderen, zo gezond was ik. Maar een mooie dokter haalde de teek weg. Ik moest erbij liggen, ook zoiets dramatisch.
‘De eerste teek dit jaar!’ zei hij, en hij bekeek ‘m even goed onder een lampje. ‘Dood.’
Ik zei ‘net goed’ maar de arts had al de hele tijd niet op mijn verontschuldigende grapjes gereageerd.

Bij de nachtapotheek haalde ik twee preventieve antibioticapillen die ik thuis – al kwart over twee, goddomme – braaf innam.
Ja, dacht ik. Nu kan ik net zo goed wakker blijven. Ook omdat mijn hele lijf nu uiteraard onder de fantoomteken zit, en ik ieder moment diverse andere parasieten onder mijn huid verwacht. Het goede nieuws is dat ik de hele tijd ben blijven ademen, de kop koffie maximaal heb benut en eindelijk wat meer van de stad zag, zoals de maan, rond als een weldoorvoede teek, schitterend op de Maas en in een hemel zo helder dat ik zeker weet dat hij was het nu middag geweest, zomerblauw zou zijn.

(foto via

*

Published in dagen