Met de jaren

Deze week word ik dertig. Als ik de media mag geloven, ben ik al een jaar of vijf ernstig op mijn retour; van schermen en billboards stralen de twintigjarigen mij tegemoet. Hun appelwangen zacht door hydraterende crèmes, hun strakke bovenarmen bruin van het tussenjaar in Zuid-Afrika, hun tanden wit van een streng quinoa- en rucoladieet. Bovendien zijn ze ook allemaal eigenaar van een ecologische start-up, en staan op hun mooi vormgegeven cv’s geen dingen als ‘verkoopmedewerker bij de AKO’ maar ‘people-empowerer bij Slick Media’ – och heden, jammert mijn geweten klagelijk: het is overal te laat voor!

Ja, het is prettig dat deze mensen er zijn; mijn lievelingskoffiebarretjes worden gerund én bevolkt door ecohipsters, ik bedoel maar. En de vraag is of mensen die niks bijzonders doen wel zo interessant zijn om op een billboard of in een krant te zetten: ‘dit is Marja, drieënvijftig, administratief medewerkster. Vandaag volgen wij haar terwijl ze Senseokoffie drinkt en naar The Voice of Holland kijkt. Volgende week: Glenn, achtentwintig, middelmatige middenvelder bij FC Hoensbroek’.
En ja, ik scheer alle media over één kam, er zijn ook een hoop initiatieven waar de mens wel in een iets minder opgepoetste versie wordt gepresenteerd.
Maar toch. Waar zijn de ouwe wijven? Wie kan ik bewonderen? Waar vind ik een grijze kop zonder dat deze geassocieerd wordt met pastelkleurige polo’s en discreet incontinentiemateriaal?

Hier moest ik aan denken toen ik tijdens een vakantie een concert van Joan Baez bijwoonde. Mijn vriend, muziekkenner, had me meegenomen. Ooit zong Baez met hoge uithalen protestliederen, had ze verkering met Bob Dylan en verdween ze haast in diens schaduw. Nu is ze in de zeventig, ziet ze eruit als iedereens oma en zingt ze nog mooier dan eerst, omdat haar stem ouder en dieper is. Ik luisterde naar folk-klassiekers en was geroerd. Ik wist dit wel, maar het was fijn om het nog eens, op een groot podium en voor een juichend publiek, bevestigd te zien; het is nog nergens te laat voor. Je hoeft als vrouw na je veertigste, zelfs als je geen folkmuzikant bent, heus niet te verdwijnen. En, ook wel eens verfrissend, je hoeft als je zeventig bent ook niet per se te doen alsof je wel nog vijfentwintig bent, terwijl je er door allerlei ingrepen eigenlijk uitziet alsof je permanent tegenwind hebt en een allergische reactie op een bijensteek in je gezicht.

Dus: op het klimmen van de jaren, het plooien van mijn vel, het grijzen van mijn haren. Als ik maar kan blijven staan, en blijven dromen – want daar gaat bewonderen toch om. De kans dat ik op mijn zeventigste met geverfd haar boven een bakkie pleur en een kruiswoordpuzzel zit is tenslotte vele malen groter dan dat ik een gitaar omhang en Porto omver blaas.

Dit gezegd hebbende; toen ik van de week een flesje bier wilde kopen in de supermarkt, kreeg ik het niet mee omdat ik er te jong uitzag. Mijn dag was goed. Wijsheid zal wel met de jaren komen.

Deze column komt uit Advalvas.