Postgay

Het is vandaag coming-out dag. Je kunt er een heleboel van vinden, dat er een dag is speciaal gewijd aan het uitkomen voor je geaardheid, je kunt ook gewoon je klep houden en denken: als iemand daar wat aan heeft is het alleen maar goed.

Als ik vroeger dreigde te moeten of willen te vertellen dat ik een vriendin had, voelde het heel even alsof de hele wereld in een rottempo samen gezogen werd in mijn borstkas, zo eng vond ik het. Nare reacties waren het probleem niet eens zo, eerder het feit dat het vaak duidelijk werd dat ik voortaan nog voor ik Roos was, met allerlei goede en slechte eigenschappen, interesses, een grote voorliefde voor kaasfondue, dat soort dingen, toch vooral die ene lesbo was. Maar verzwijgen deed ik het ook niet. Leer het maar, dacht ik vaak, wen er maar aan. Na een tijdje was het allemaal zo eng niet meer natuurlijk, en waren anderen er meer mee bezig dan ik.

Die hele riedel moest opnieuw toen ik ineens een vriend kreeg – paste niet in het plaatje, was het dan allemaal een fase, of is die kerel een fase, ben je nu niet meer lesbisch, ben je nu helemaal hetero, ja Jezus mensen, weet ik veel, zullen we het anders even over de gestegen tarieven voor het openbaar vervoer hebben, of je laatste vakantie?

Iedereen moet de hele tijd geduid worden. Vandaag in Het Parool, over een nieuwe generatie LHBT(QI – enz enz)’ers:

“Sociale wetenschappers noemen hen ‘postgays’. Ze geloven niet in het klassieke onderscheid tussen homo en ­hetero, of zelfs dat tussen man en vrouw. Seksuele identiteit en gender zijn fluïde, vinden ze. Ook willen ze zich niet hoeven verantwoorden voor hun seksuele geaardheid. Hetero’s hoeven hier toch ook niet voor uit te komen, stellen ze.”

Postgays. Ik word al moe als ik zo’n term lees, zie gelijk ook allemaal moeilijke kapsels en broeken in rare lengtes voor me (of postbezorgende nichten, maar oké). Laatst sprak ik iemand die uitriep: ‘is er dan in godsnaam niemand meer gewoon lesbisch?’. Tuurlijk wel, net als dat er een heleboel mensen kneiterhetero zijn of die-hard homo.

Maar ik snap het ook wel weer, dat gepostgay. Je legt het probleem – dat er helemaal niet zou moeten zijn – bij de ander: als jij me niet snapt, moet je daar zelf maar mee dealen, now if you don’t mind, ik ga verder met mijn leven dat uit meer bestaat dan ‘of er wel eens geschaard wordt’.

In het artikel wordt benadrukt dat het gaat om een kleine, geprivilegieerde groep jongeren. Die kunnen dat maken. Daar kun je vol dédain naar kijken. Je kunt ook hopen dat iedereen ooit alles kan maken, dat het ergens moet beginnen.