Aan de Amsterdamse grachten

De eerste burgemeester die ik me kan herinneren is Van Thijn. Daar hadden volwassenen het over, over Van Thijn en Gorbatsjov (die vlek!) en Wim Kok. De dingen die ik later wel zou gaan begrijpen – verkiezingen, politiek. Dingen die naarmate je er meer van wilt begrijpen ingewikkelder worden, zo bleek, ik snap er nog steeds niet veel van. Dat klinkt nalatig en dat is het ook; terwijl ik met leeg hoofd politieke berichtgeving probeer te lezen, ben ik ook van mening dat je als weldenkend onderdeel van een democratische samenleving ten minste lichtelijk op de hoogte moet zijn van het hoe & wat. Tegelijkertijd ben ik gemaakt voor zo’n democratische samenleving – met iets te veel vertrouwen ga ik er vanuit dat ze heus wel weten wat ze doen daar, in die torentjes en ambtswoningen. Dat het allemaal niet zo zwart-wit is.

Toen zich een menigte verzamelde onder de burgemeesterswoning was ik thuis, later keek ik er een filmpje van (het zal eens niet, ik ben altijd thuis en kijk altijd de filmpjes), waar ik over wilde vertellen aan mijn moeder maar ik moest huilen. Omdat ik erg van de stad hou en omdat sentimenteel zingende menigtes een gezapig snaartje raken en omdat het ook nog een smartlap was; ik herinner me de keer dat ik door de Jordaan liep en op een smartlappenkoor stuitte, iedereen stond er in een kleine kring omheen en iedereen wiegde mee en had tranen in zijn ogen, ik ook, ‘goddomme zeg,’ zei een man toen het klaar was en ik zei ‘ja goddomme, allemachtig.’

Het kan best dat zich in die menigte honderden racisten en opportune sensatiezoekers bevonden. Er zullen mensen te fanatiek gezongen hebben. Er zullen mensen gehuild hebben, zoals ik dat deed, niet zozeer om een man die ze niet persoonlijk kenden maar om de verhalen en omdat er zoveel mensen van hem hielden, op allerlei manieren, en dat ze daar toch maar stonden in een stad die onpersoonlijk aan kan voelen. Er zullen mensen alleen om de geborgenheid hebben gestaan. Er zullen zich mensen opgevroten hebben omdat ze het allemaal een hypocriete bedoening vonden.

En ik maar huilen. Alsof ik thuis ooit een smartlap luister, of ooit een woord gewisseld heb met de burgemeester, of überhaupt in de volle omvang begreep wat hij allemaal deed. Er zijn, ja, een homovlag hijsen, dan heb je me al, een boegbeeld zijn van de stad met de grachten die doorlopen tot in mijn aderen, echt waar, soms hoest ik een fiets op.

Het nieuws vanochtend was onverdraaglijk, net als mijn onwetendheid.