Skip to content →

Normaal

Nu moeten we allemaal normaal doen en omdat dat moet wil ik het niet, ik wil niet normaal doen, probeer te bedenken hoe ik zo abnormaal mogelijk kan zijn.

Maar ik mag alles. Zelfs als ik voortaan mensen van hun fiets schop, voortuintjes verniel, pussies grab of mijn blote reet tegen de voorruit van Rutte duw mag ik blijven. Ik ben wit, Nederlands, vrouw, queer; vandaag zijn die eerste twee zaken een garantie voor mijn veiligheid – ik krijg een diagnose als ik het te bont maak, geen uitzettingsbevel – en die twee laatste bewijslast waar de politiek mee kan zwaaien.
‘Dit is hier normaal,’ zeggen ze: ‘We houden van onze vrouwen en homo’s, als je daar moeite mee hebt rot je maar op.’

Ik wil niet dat er opgerot moet worden, ik wil in gesprek. Ik wil ruzie ik wil discussie ik wil schreeuwen en ik wil tussen de glitternichten op een boot staan, niet voor Den Haag maar voor iedereen die moet wennen aan het bestaan van glitternichten en knipperpotten. In het bestaan bestaat er wrijving. Ik wil geen normaal, ik wil begrip, ik wil meer gutmenschen, ik wil tussen de jongens hangen die te horen krijgen dat ze nergens goed voor zijn en met de meisjes die abnormaal gevonden worden door hun hoofddoek maar dat ben ik niet. Ik ben normaal. Voor mij worden wetten gemaakt, voor mij worden de scherpe hoeken van het bestaan afgerond. Ik kan te pletter vallen, maar op Hollandse rubberen tegels – niet de grens van een land door.

Laat me niet normaal zijn is de arrogantste wens die ik kan hebben, het smeken om leed zodat ik het me toe kan eigenen – brandstof zoeken voor een gevecht (ja, ik wil een gevecht!) zodat ik het ook kan voeren. Zodat mijn uithalen gericht zijn, en niet in het luchtledige uitwaaieren tot er alleen maar van overblijft dat ik het recht heb op het uiten van mijn mening.

Ik wel.

*

Comments closed

(achterstallig) Nieuws

In Tirade verscheen een essay van mijn hand, over geëngageerde literatuur en het rechtop zetten van omgevallen schapen

Op De Correspondent verschenen enkele artikelen rondom Onheilig. Hier een interview en hier een bespreking, bijvoorbeeld.

Op Aicha Qandisha een kort verhaal van mijn hand.

Ondertussen is de derde J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt. De prijs is opgezet door een groep korteverhalenliefhebbers, waaronder ikzelf, vandaar dat ik het even met trots wil melden. P.S. lees meer korte verhalen.

Over korte verhalen gesproken: voor NRC bespreek ik met zekere regelmaat vertaalde boeken. Bijvoorbeeld de meesterlijke verhalenbundel van Donal Ryan. Ook schreef ik een essay over de minstens zo geniale Shirley Jackson.

De Volkskrant riep me uit tot literair talent van 2017. Een beetje voorbarig misschien, maar heel eervol en ik mocht met een confettischieter op de foto en heel veel vertellen over de boeken die ik mooi vind.

Als u na al deze ontzettende bescheidenheid (zucht) nog meer aankunt, kunt u ook naar Amsterdam, Nijmegen, Purmerend, Rotterdam of Boedapest afreizen, ik draag voor, leesclub, ik interview mensen, enfin, zie ook de agenda. Van april tot en met juni verblijf ik aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht als gastschrijver.

Als u me zoekt, ik ben even een berg essays lezen ( <3 ).

Comments closed

Groene

Voor ’t winternummer van De Groene Amsterdammer schreef ik een (kerstloos) kerstverhaal: ‘De vorm van een land’. Te lezen in het papieren exemplaar (prachtig geïllustreerd door Dick Tuinder) en via Blendle.

 

Comments closed

Afleidende bijzaken

schermafbeelding-2016-10-30-om-22-24-37Schrijvers die het hebben over hun schrijfproces: ik vind het moeilijk. Achteraf kan ik het hebben, dat ze vertellen hoe ze op personage A kwamen en op motief B, al lees ik liever gewoon het boek. Schrijvers die het in het openbaar hebben over het schrijven van hun huidige project: hmmm. Online screenshots van woordaantallen, foto’s van verhaalschema’s, foto’s van onleesbare aantekeningen, foto’s van een stapel printpapier met rooie kringeltjes erin: meh. Ik snap het wel: het is fijn om je omgeving, terwijl je als een maniak aan je manuscript zit te werken, te laten zien dat je nog leeft. En als je na drie jaar afwisselend naar een knipperende cursor staren en vruchteloos duizenden woorden typen eindelijk over de 40.000 woorden heen zit, heb je misschien behoefte aan een schouderklop of applaus. Maar ik denk dan: joe, ik merk ’t wel als je boek af is hè. Dat heeft ongetwijfeld te maken met dat ik over het algemeen ook niet erg gevoelig ben voor ‘kijkjes achter de schermen’ (behalve als het achter die schermen heel spectaculair is, met veel vuur en mooie kleuren, zoals bij een glasblazer, of heel hoog, zoals in een hijskraan) of – en deze is tricky – de biografie van kunstenaars en schrijvers (tenzij met veel vuur en mooie kleuren, drank en hoeren kennen we nu wel). In die laatste categorie bestaan natuurlijk uitzonderingen, want een goeie biografie, biopic of een goed interview kan een kunststuk an sich zijn. Toch kennen mijn twee desinteresses – die stapels printpapier en die biografieën – misschien dezelfde oorsprong: het is namelijk je reinste demystificatie – ik mystificeer mijn helden graag. En soms is het gewoon kokette aanstellerij, bijvoorbeeld in geval van een overdaad aan online voortgangsverslagen, schrijven over je eigen schrijfproces of nodeloze autobiografieën.  Doe gewoon je ding, schrijvers, applaus volgt wel tijdens je boekhandelstoernee. Suck it up.

leonid_pasternak_-_the_passion_of_creationDit gezegd hebbende wil ik het even over mijn eigen schrijfproces hebben. En dan niet alleen dat van mijn volgende roman (huidige stand: 5000 woorden waarvan minstens 4000 poep, bedankt dat u ernaar vraagt) (hairflip), maar dat van alles bij elkaar; recensies, columns, blogs, verhalen, essays, de dingen die ik schrijf of eigenlijk zou moeten schrijven. Iedere keer als ik ergens aan begin, gaat het hele internet and beyond door mijn achterhoofd, of eigenlijk niet het hele internet maar een heel klein kruimelig hoekje ervan, waar je, als je er eenmaal in zit, verdomd moeilijk uitkomt, tenzij je het voor elkaar krijgt niet op social media te kijken maar daar ben ik persoonlijk te millennial voor. Het Literaire Internet. Een flauwe doch dikwijls correct gespelde afspiegeling van wat er in de echte wereld gebeurt, gelardeerd met polemieken tussen veelal heren uit de polemische generatie of met tenminste sympathieën in die richting, en een aantal flinke gewetensvragen.

cover_of_gutter_star_by_dorine_b-_clark_-_illustration_by_frank_uppwall_-_intimate_novel_1954Dan schrijf ik een roman met een mannelijk hoofdpersonage en denk ik nee dat moet een vrouw zijn want waarom schrijven we de hele tijd maar over mannen, alsof het echt zo is dat een mannelijk personage een soort blanco canvas is zonder afleidende bijzaken en bij vrouwen ineens alles uitgelegd moet worden, en dan verander ik ‘hij’ in ‘zij’ en ben ik ineens een kneiterlesbische zeikroman met veel te veel uitleg aan het schrijven, wat is daar mis mee vraagt u, nou helemaal niks, maar het overschaduwt de rest van het plot zo, en waarom schrijf ik eigenlijk geen Grote Geëngageerde Roman, nou, is het niet al genoeg dat ik niet over mezelf schrijf, nee, dat is niet genoeg, het moet Over De Wereld Gaan, maar ik heb helemaal niks van de wereld gezien, en dan verander ik die zanikende lesbo maar weer in een witte man van middelbare leeftijd en ga ik mezelf een beetje haten, maar dat zal wel weer komen omdat ik een vrouw ben.

Dan heb ik een mening over of schrijvers elkaars boeken moeten recenseren en schrijf ik die op maar heb ik na een aantal zinnen überhaupt geen zin meer om daar een mening over te hebben, want de literaire sector bestaat uit ongeveer vijftien mensen die zich heel druk maken om de literaire sector en de rest van lezend Nederland zal het werkelijk aan de reet roesten, maar als helemaal niemand meer een mening over dat soort dingen zou hebben zou het vrij rampzalig zijn, want de literatuur moet toch levend blijven, en het zou jammer zijn als die alleen in leven gehouden werd door louter (al dan niet mentaal) belegen kerels, echter, waarom ga je elkaar in het openbaar te lijf met vuile stukjes en niet gewoon telefonisch of zo, maar, dan onderschat ik weer het hele genre van de polemiek, en, doe ik nu iets heel belangrijks af als stijloefening, dus, kom ik eigenlijk nog wel eens ergens anders dan op een boekpresentatie, nee, en dan bel ik mijn moeder of we in godsnaam even ergens zonder literatuur in de buurt wijn kunnen gaan slempen, hoe ben ik hier eigenlijk beland, na zes bier klink ik als een ouwe Jordanees en eergisteren woonde ik nog in een nieuwbouwwijk en dacht ik dat De Groene Amsterdammer een blad voor natuurvrienden uit de stad was.

1024px-voor_de_vuist_weg_1971-02-26_-_tante_leen__johnny_jordaan_1Dan vind ik het echt heel belachelijk dat er mensen zijn die beweren dat er een absolute vrijbrief moet zijn voor het reproduceren van racistische stereotyperingen in Naam Van de Kunst, dan wil ik daar iets over opschrijven, maar dan denk ik: heb je Roos, met d’r donkerblonde haar, d’r witte vrienden en d’r keurige ouwelijke dictie tenzij zes bier, anders hou ik gewoon mijn geprivilegieerde muil even in het openbaar, en dan bel ik iemand op om even tegen te fulmineren, wat dus geen schrijven is, wat verdomme geen schrijven is.

Dan wordt er om de zoveel maanden een boek onterecht bejubeld en zou het op zich wel prettig zijn als iemand even zou opschrijven dat het een matig boek is, maar ik ben dus niet degene die dat gaat doen, ik hou van niet zeiken, in ieder geval niet over Nederlandseboeken, want dan vallen die vijftien mensen over je heen en daar is het leven te kort voor, en God, iedereen moet het toch eigenlijk lekker zelf weten levenlatenleven etc., ik hef zes glazen bier en biets een peuk, roep tegen mijn literaire vertrouwenspersonen ‘dit is een kutboek’ en daarna ga ik ergens shoarma eten en neem ik preventief een paracetamolletje.

Maar ondertussen ben ik dus zo hard bezig met niet over al die dingen schrijven, me keurig op de vlakte houden, alles doodnuanceren en relativeren, dat ik terstond ook niet meer kan schrijven over dingen die helemaal niks met bovenstaande kwesties te maken hebben. Er zijn Belangrijke Dingen aan de Hand, tenslotte,  in die kruimelige literaire hoek maar vooral in de rest van de wereld, hoe kun je het dan nog hebben over de neusverkoudheid waar je eigenlijk deze blog aan wilde wijden? Wie zit daar op te wachten? Helemaal niemand, nee. Inderdaad: suck it up.

fredott

 

Hallo, lezer die ’t tot het eind van deze tekst gehaald heeft. Dit is een tirade die oorspronkelijk op de site van Tirade verscheen. Daar schrijf ik meer, en met mij vele anderen, lekker lezen dus. 

 

Comments closed

Afhankelijkheid

“Mijn vader ligt diep in zijn kussen op een bed op de intensive care in een wirwar van draden, er zijn machines die hem in leven houden en artsen die geen tijd hebben, ik heb net staan schreeuwen dat ze me binnen moeten laten, dat ik zijn dochter ben, dat het me geen reet kan schelen of ik door een bewusteloze man als officieel contactpersoon ben aangemerkt of niet. Er was een receptioniste met een slechte dag, ik was onredelijk, riep tegen haar dat ze er goddomme maar iemand bij moest halen, een baas, de beveiliging. In mijn broekzak ging mijn telefoon, het was mijn werk, ik nam niet op.”

De Correspondent publiceert een serie essays onder de noemer ‘Afhankelijkheidsverklaring’. Mij werd gevraagd of ik hier een bijdrage aan wilde leveren en dat deed ik

Prachtig geïllustreerd door Pieter van Eenoge.

Comments closed

Nominatie, (dronken) Duitsers, agenda

Hier is niet zo veel te lezen de afgelopen tijd, dat komt voornamelijk omdat ik als redactielid op de website van Tirade blog. Hint: Tirade is een heel fijn literair tijdschrift dat al sinds 1957 bestaat, vol met mooie verhalen, poëzie, essays en illustraties en je kunt er zelfs een abonnement op nemen! Leest aldaar dus bij over mijn belevenissen met dronken duitsers en H.G. Wells, poëzie over Blokker (de winkel, niet de man), een amateurorkest en de botten waar ze op staan te toeteren, enz. enz. En als je toch bezig bent: lees gelijk de rest van de stukjes, er wordt mooi geschreven over fonteinen en kogelwerende vesten, ik noem maar iets.

In other news: Onheilig is genomineerd voor de Anton Wachterprijs.

Een hoofdstuk uit Onheilig is opgenomen in een Duitse bloemlezing over Amsterdam (Uitgever: Klaus Wagenbach).

En verder ben ik hier te vinden de komende weken.

Comments closed

Verslag uit de Europe Endless Express

Van 30 juni tot en met 2 juli reed de Europe Endless Express door zes Europese landen. Een festival in een nachttrein. Voor de SLAA schreef ik over het wel en wee in die trein – de verslagen werden op de Facebookpagina gepubliceerd.

1: Treinspotters
De trein waarin we zitten is bijzonder.
‘Ha,’ zegt een man wiens kaartje ik controleer terwijl ik geen controleur ben, maar er is een echte controleur kwijt.
‘Ik hoopte al dat het deze trein zou zijn. Duíts!’
Of misschien zegt hij Pools, of Hongaars, er bestaan ook vast Poolse en Hongaarse treinen – ik vind het heerlijk, één van de heerlijkste dingen om in een trein te zitten, maar alles wat met treinen te maken heeft, herkomst, techniek, glijdt langs me heen.
‘Duíts!’
De man is écht gelukkig, hij moet even naar adem happen als hij zijn eerste stap op de holle treinbodem zet.
Continue reading Verslag uit de Europe Endless Express

Comments closed

Niet de enige

Je veilig voelen, je niet hoeven verdedigen, het niet hoeven uitleggen van wie je bent, een plek waar je nooit – nooit – door een blik of een straat of een sfeer denkt: ik laat de hand van mijn geliefde los. Door op een plek te zijn waar iedereen op net een andere manier anders is en dat dat kleine verschil dat geen verschil zou hoeven maken, niks uitmaakt. Houvast hebben in het idee dat, ondanks het feit dat iedereen uniek wil zijn, je dat niet bent, je bent niet de enige, gelukkig niet. Tuurlijk: ruzie maken, vreemde blikken, nare voorvallen blijven bestaan, maar gewoon omdat je allemaal óók maar een mens bent, en niet omdat je gereduceerd wordt door waar je het liefst je piemel, vingers, tong of ziel en zaligheid in stopt.

Toevallig in Orlando wonen, neergeknald worden om het verschil dat geen verschil zou moeten maken, op een plek die veilig is zoals alle plaatsen dat zouden moeten zijn.

Het Paleis op de Dam in regenboogkleuren om een voorval aan de andere kant van de oceaan, wat goed is, maar cru – ook in de stad die tot een paar jaar geleden bekend stond als gay capital worden mensen neergeslagen en in een hoek gesmeten omdat… ja, waarom, eigenlijk. En neerhoeken is een grootse uiting van iets dat veel kleiner overal is; minigevaartjes, ongemakkelijke stiltes, net iets te lollige grapjes op net het verkeerde moment. Ik weet het heus wel, pure armoe is het hier niet, maar volledige vrijheid evenmin.

‘Waarom laat je ineens mijn hand los,’ vroeg een lief mij een paar jaar geleden.

‘Ik weet het niet,’ antwoordde ik, ‘automatisch,’ en hij pakte mijn hand weer en even voelde ik me vreselijk ongemakkelijk, we liepen langs een plein vol feestende voetbalsupporters.

‘Ik weet het wel,’ zei ik toen, ‘hier zou ik normaal loslaten als ik even geen zin had in gezeik.’

Hij was mijn eerste vriend, ik had het ook niet aan zien komen. Ik moest heel veel uitleggen aan de mensen om me heen, alwéér, want iedereen was er na honderd jaar net aan gewend dat ik zo iemand was die het met vrouwen deed (‘hoe doen jullie het eigenlijk, mag ik meedoen, ik aaide alleen maar even’). En ik merkte ineens het verschil op straat. Het vasthouden van een hand was niet meer dan dat, geen statement, geen uitzondering. Van de barricades was ik nooit enorm geweest, nu voelde ik ineens allemaal activistische neigingen in me opborrelen maar was ik bang dat het niet meer geloofwaardig zou zijn. Voor de buitenwereld was ik ineens normaal, namelijk, en dan is het een stuk eenvoudiger om roeptoeterend tussen de hooligans door te laveren. Ik had makkelijk praten, bedoel ik, misschien helemaal geen recht van spreken meer.

En dat laatste is natuurlijk onzin; door m’n kop te houden, houd ik op kleine schaal het verschil in stand. Alsof ik, en mensen in dezelfde situatie, inderdaad heel iemand anders worden afhankelijk van de geliefde aan hun hand. Dus ik praat, desnoods te makkelijk, en hoop, en weet, dat ik godzijdank de enige niet ben.

Dit was mijn aller (alleraller)laatste column voor Advalvas

Comments closed